Ad link to www.loxia.net on your website. Rightclick to download banner:
use this link for banner or html-code of www.loxia.net

Kruisbekken zijn vogels die voorkomen, in naaldboombossen, op het gehele noordelijke halfrond van onze wereld; Europa, Azië, Noord Amerika en Noord Afrika. Ze zijn herkenbaar aan de karakteristieke gekruiste snavel waarmee ze naaldboomzaden, hun hoofdvoedsel, makkelijk kunnen bereiken. Mannetjes zijn rood, oranje of geel, vrouwtjes hebben een grijsgroen verenkleed. Loxia.net beschrijft de kruisbek in al zijn facetten; zijn uiterlijk, gedrag, voortplanting, eetgedrag enzovoort, zowel als cultuurvogel als in de natuur.

Kreuzschnäbel sind Vögel, die hauptsächlich in den Nadelbaumwäldern der ganzen nördlichen Hemisphärevorkommen; in Europa, Asien, Nordamerika und in Nordafrika. Sie sind erkennbar am charakteristisch gekreuzten Schnabel, mit dem sie ihre Hauptnahrung, Nadelbaumsamen, erreichen können. Die Hähne sind rot, orange oder gelb gefärbt, die Weibchen haben eine graugrüne Befiederung. Loxia.net beschreibt die Kreuzschnäbel im Detail: Wie man sie erkennen kann, ihr Verhalten, die Zucht, das Futterverhalten, Kreuzschnäbel in Züchterhand (Kulturvögel) ebenso, wie in der Natur.

 

DE GEWONE KRUISBEKMy good friend Michel Ottaviani, a french ornithologist (attché to Paris museum) has written a very good book  on the Finches "Monographie des Fringilles" that will be published in december.



Duitsland: Fichten Kreuzschnabel
Engeland: Common crossbill
Frankrijk: Bec croisé des sapins

Spanje: Picotuerto rojo





Het volwassen mannetje heeft een karmijnrood verenkleed, donkere gedeeltes ter plaatse van staart en vleugelpennen.Verder vanaf de ooghoek aflopend als een halve maan richting borst. Kleur van de poten is zwart. Het volwassen vrouwtje is daarentegen olijf-groen tot grijsachtig getint waarbij de donkere gedeeltes gelijk zijn aan die van de man. De jongen hebben de kleur van de moeder, alleen lichter waarbij ze over de hele borst tot aan de onderbuik gestreept zijn. De lengte van de vogel is ± 16 cm. De himalaya kruisbek is de kleinste vorm en meet ± 14 cm. De zang, die ook wel tijdens de vlucht ten gehore wordt gebracht is luid, met een verweven roep "tsjierie-tjierie-tseuf" of "glipp-glipp-tsjierie". De lokroep is verdragend en hoort zich aan als "stjuuk-stjuuk".
De verschillen tussen de gewone kruisbekken ondersoorten in Europa en Rusland zijn slechts gering. Loxia curvirostra Poliogyna in Noord-Afrika is wat lichter, Loxia Curvirostra Guillemardi in het zuidoosten, op Cyprus, in Turkije en de Kaukasus donkerder. Beide bezitten een zware snavel.


himalaya man foto pkIn Centraal- en Oost-Azië wijken de ondersoorten meer af. Deze zijn allen kleiner dan nominaatvorm. Het kleinste zijn Loxia Curvirostra Hymalayensis en Loxia Curvirostra Luzonensis, die fijne snavels bezitten. De Vietnamese Loxia Curvirostra Meriodonalis valt op door een zware snavel en de diep rode kleur van de man. Loxia Curvirostra Altaiensis en in het bij- zonder Himalayensis zijn donker gekleurd. Loxia Curvirostra Japonica heeft geheel witte onderstaartdekveren.
De Amerikaanse ondersoorten zijn alle kleiner dan curvirostra behalve de bloedrode Loxia Curvirostra Stricklandi uit Mexico, die tevens de grootste Noord Amerikaanse ondersoort is. Allerkleinst is oranje Loxia Curvirostra Sitkensis. Ook heel klein is bruinrode Loxia Curvirostra minor. Loxia Curvirostra Pusilla is donker van kleur, Loxia Curvirostra Benti is helderder rood. De Loxia Curvirostra Bendirei is minder groot maar de kleur is meer vuurrood. Loxia Curvirostra grinelli is weer groter en nog sterker vuurrood van kleur. Loxia Curvirostra Mesamericena, is weer kleiner en donkerder.

 

 

 

 

himalaya pop  foto pkDe ondersoorten voor het gemak onderverdeeld:

Europa en Noord-Oost Afrika:
Loxia Curvirostra Curvirostra
Loxia Curvirostra Corsicana
Loxia Curvirostra guillemardi
Loxia Curvirostra balearica
Loxia Curvirostra Poliogyna
Azie:
Loxia Curvirostra Altaiensis
Loxia Curvirostra Tianschanica
Loxia Curvirostra Japonica
Loxia Curvirostra hymalayensis
Loxia Curvirostra meriodonalis
Loxia Curvirostra luzonensis
Noord Amerika:
Loxia Curvirostra Pusilla
Loxia Curvirostra Minor
Loxia Curvirostra Benti
Loxia Curvirostra Bendirei
Loxia Curvirostra Sitkensis
Loxia Curvirostra Grinelli
Loxia Curvirostra Stricklandi
Loxia Curvirostra Mesamericana

 



Verspreidingsgebied:
De gewone kruisbek, Loxia Curvirostra Curvirostra is in Europa hoofdzakelijk te vinden in het Noord-Westen en Oosten, de Alpen en de Vogezen. Loxia Curvirostra Corsicana en Loxia Curvirostra Balearica vindt men op het eiland Corsica en de balearen aan. Verder vanaf de noordgrenzen van Europa tot de oostkust van Siberië komt Loxia Curvirostra Altaiensis voor. Loxia Curvirostra Poliogyna in Noord-Afrika, Loxia Curvirostra Guillemardi in het zuidoosten, op Cyprus, in Turkije en de Kaukasus. Loxia Curvirostra Mariae komt voor in de Krim.
In Centraal- en Oost-Azië treft men ondersoorten zoals Loxia Curvirostra Hymalayensis leeft zoals de naam ons al verteld in het Himalaya gebergte, waarbij hij in strenge winters alleen een op en neergaande trek laat zien en zich in deze periode tot ver in de dalen laat afzakken. Loxia Curvirostra Luzonensis komt voor op de Philipijnen. Loxia Curvirostra Meriodonalis komt voor in de bergen van zuid Annam, Viëtnam en de Loxia Curvirostra Japonica van Centraal en Oost China tot Japan. In Amerika komt de kruisbek komt de gewone kruisbek bijna over het gehele noordelijke continent voor, vanaf Zuidoost Alaska tot New Foundland via de grote bergketens richting Mexico.

Dhr Jeff Groth, ornitholoog, werkzaam voor het AMNH (american museum of natural history, heeft gedegen onderzoek gedaan naar de gewone kruisbek. Loxia Curvirostra Sitkensis vindt men aan de noordwest kust,de Loxia Curvirostra Minor en Loxia Curvirostra Pusilla (Newfoundland) aan de oost kust. Loxia Curvirostra benti in het midwesten. Verder naar het westen in de Rockies vindt men Loxia Curvirostra Bendirei, in Californië Loxia Curvirostra Grinelli en dieper naar het zuiden in Mexico treft men de Loxia Curvirostra Stricklandi aan en nog verder naar het zuiden in Honduras en Nicaragua leeft Loxia Curvirostra Mesamericena.

 


110A Volwassen gewoon kruisbek mannetje.
110b volwassen gewoon kruisbek popje.
110c jeugdkleed gewone kruisbek.
110d jeugdkleed gewone kruisbek (met smalle witte banden).
110e jong gewoon kruisbek mannetje 1e winter
110f volwassen gewone kruisbek mannetje (Loxia Poliogyna)
110g volwassen gewoon kruisbek popje (Loxia Poliogyna)
Tekening volgens Finches & sparrows door Clement, Harris & Davis. ISBN 0-7136-8017-2

DE HIMALAYA KRUISBEK
Duitsland: Himalaya Kreuzschnabel
Engeland: Himalayan crossbill
Frankrijk:


DE GROTE KRUISBEK

Duitsland: Kiefern Kreuzschnabel
Engeland: Parrot crossbill
Frankrijk:
Grote kruisbek man. foto pkNet als de schotse kruisbek wordt de grote kruisbek als een aparte soort beschouwd. Het verenpak van de grote kruisbek komt overeen met de gewone kruisbek. Opvallend is zijn snavel, die veel zwaarder en groter is. Tevens is de snavel van de grote kruisbek ronder doordat de hoek van kruising van de onder en bovensnavel haakser is. ook is hij een stuk groter dan de gewone kruisbek: ± 17 cm. Een ander verschil is ook wel de groter kop in verhouding met het lijf.

Grote kruisbek pop.  foto pk

 

 

Het geluid dat de grote kruisbek voortbrengd, onderscheid de grote kruisbek sterk van de andere kruisbekkensoorten. Het is veel krachtiger en dieper. Zijn lokroep "tjok-tsjok" is even diep als die van een foeragerende merel. Ook de alarmroep is veel dieper en harder en klinkt als "tsjerk-tsjerk".
De grote kruisbek heeft geen ondersoorten.
De grote kruisbek, Loxia Pytyopsittacus komt vooral voor in de noordelijke streken van europa en Rusland. Vanaf Noorwegen, Zweden, Finland richting het oosten. Heel sporadisch wordt hij bij ons als dwaalgast gesignaleerd. Hij wordt in het algemeen als standvogel beschouwd.



 

 

 

 

 

 

 

109a Volwassen grote kruisbek mannetje.
109b Volwassen grote kruisbek popje.
109c Jeugdkleed grote kruisbek

Tekening volgens Finches & sparrows door Clement, Harris & Davis. ISBN 0-7136-8017-2

 

DE SCHOTSE KRUISBEK

Duitsland: Schottischer Kreuzschnabel
Engeland: Scottisch crossbill
Frankrijk:


De schotse kruisbek ligt wat betreft grootte tussen de grote en de gewone kruisbek in (ongeveer 16,5 cm groot). Hun snavels hebben zich aangepast om de zaden van de schotse dennenboom te bereiken, waardoor deze forser zijn die van de gewone kruisbek. Karakteristiek zijn verder het afgeplatte schedeldek en dikke nek. Men kan stellen dat de schotse kruisbek het postuur heeft van de grote kruisbek, echter kleiner van stuk is. De vastgestelde populatie in het wild wordt geschat op 1500 tot 2000 individuen, waardoor de soort op de lijst van bedreigde vogelsoorten voorkomt.Schotse kruisbekken zijn geïsoleerde standvogels in de Schotse Hooglanden, om precies te zijn in de omgeving Deeside, Strathspey, Moray, Rossshire en the Great Glen, echter door de moeilijke identificatie zijn exacte gebieden moeilijk vast te stellen. Doordat er bij zijn hoofdvoedsel, zaden van de schotse pijnboom, jaarlijks weinig fluctuatie voorkomt in de zaadproductie, blijft deze populatie ter plekke. DNA-onderzoek toont aan dat hybridisatie met
de gewone kruisbek, die ook in noord schotland voorkomt, niet voorkomt. 

 

 


111a Volwassen schotse kruisbek mannetje.
111b Volwassen schotse kruisbek popje.
111c Jeugdkleed schotse kruisbek.

Tekening volgens Finches & sparrows door Clement, Harris & Davis. ISBN 0-7136-8017-2

DE WITBAND KRUISBEK

Duitsland: Binden Kreuzschnabel
Engeland: Two-barred crossbill
Frankrijk:




De witband kruisbek wordt onderverdeeld in 3 ondersoorten:
-Loxia Biafasciata
-Loxia Leucoptera
-Loxia Megaplagawitbandkruisbek man   foto pk

 

 


De witband kruisbek verschilt ten opzichte van de gewone en grote kruisbek niet qua tekening, maar door in alle kleden brede witte vleugelbanden te tonen en een ietwat kleinere snavel. De vleugeltekening van de witband kruisbek kun je vergelijken met de vleugeltekening van de (boek)vink man. De kleine dekveren zijn zwartbruin met rode omzoming en rode waas, de middelste rij is voor de helft wit en bezit een circa 1 cm witte band (de binnenste armpennen) en de grote armpennen zijn wit omzoomd. De lengte varieert van 14 tot 15 cm. De roep is zwakker en ieler en lijkt veel op de roep van de sijs.

witband pop foto pk

De 1e ondersoort Loxia Leucoptera Leucoptera is te vinden op het Noordamerikaans halfrond van New Scotia(Alaska) dwars door Canada tot New Foundland. Regelmatig trekt hij richting het zuiden tot aan Oregon, Montana, New York, Vermont, New Hampshire en Main tot zelfs in Idaho en Colorado. 
De 2e ondersoort, Loxia Leucoptera Megaplaga komt alleen voor in de Dominicaanse republiek en Haïti, het zogeheten hispagniola. 
De 3e ondersoort, Loxia Leucoptera Bifasciata, is verpreid van Noord-Zweden en Finland tot in Oost-Siberië. De europese witbandkruisbek zwerft in groepen richting zuiden tot aan Engeland, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en ons land. witband jong  foto pk


 

 

 

 

 


 

 

 

 

112a Volwassen witbandkruisbek mannetje.
112b Volwassen witband kruisbek popje.
112c Jeugdkleed witbandkruisbek.
Tekening volgens Finches & sparrows door Clement, Harris & Davis. ISBN 0-7136-8017-2

 

ga naar de website van Henk Ruijgh

 

Kruisbekken kweken: een boeiende ervaring.
Willy janssens

Willy Janssens geeft kweekgeheimen prijsOm mijn kruisbekken op tijd in orde te krijgenvoor de kweek werden ze vanaf half december per koppel in hun kweekbox geplaatst. Enkele regelmatig vervangen dennentakken om hun knaaglust te doen botvieren, zorgden voor de aankleding van de boxen. Vanaf januari werd de gewone kanariemengeling met af en toe enkele zonnepitten (welke ze tot dan toe voorgeschoteld kregen) vervangen door een kruisbekkenmengeling met evenveel aleppozaden (grove). Ook werd dagelijks per koppel een handvol met een snoeischaar in stukken geknipte dennenappels verstrekt. Ik probeer op deze manier een oplossing te vinden voor het grote aantal onbevruchte eieren dat elk jaar weer bij veel kwekers van kruisbekken de oorzaak is van een mislukte of tenminste gedeeltelijk mislukte kweek. Om de mogelijkheid te onderzoeken dat het aan de voeding ligt, probeer ik daar op deze manier achter te komen. Of dit op korte termijn zal lukken is echter nog de vraag.
De verwachtingen waren hoog gespannen en toen ik van sommige kwekers hoorde dat ze reeds eieren en zelfs jongen van hun kruisbekken hadden, begon de twijfel en het ongeduld te knagen. Eindelijk, 15 februari, zag ik in box nr7 het popje van de gewone kruisbek voor de eerste maal met nestmateriaal slepen. Er werd echter meer afgebroken dan opgebouwd. Soms was het nestje bijna klaar, om dan enige tijd later, terug helemaal te zijn afgebroken. Gelukkig had ik in het nestkommetje een koordnestje vastgemaakt als voorzorg voor de slechte nestbouw. Op 20 februari werd daarin het eerste ei gelegd. Zo ook op 21 februari het tweede en tevens laatste ei. Het jonge popje broedde niet en daarmee was deze kweekronde voor dit koppel afgelopen. op 26 februari, begon deze pop terug een nest te maken. Ditmaal was het nest vlug en keurig afgewerkt. Op 1 maart lag hierin het eerste van een vier eieren tellend legsel. Deze keer broedde het popje voorbeeldig, maar toen ik na een zestal dagen de eieren schouwde, bleek er maar een bevrucht. Op 16 maart is het jong uitgepikt en door beide ouders gevoed en grootgebracht. Met een nieuw nest werd niet lang gewacht en op 28 maart werd het eerste ei gelegd. De eieren werden geraapt en na het leggen van het vierde ei teruggelegd. Na 6 dagen bleek bij controle dat ze allemaal bevrucht waren. De jongen kipten met weinig tijdverschil op 13 april.
Niettegenstaande dat en het feit dat beide oudervogels schijnbaar goed voederen, is er op de derde levensdag toch een jong gestorven. Als de jongen een tiental dagen oud waren, werd er reeds aangevangen met een volgend nest waarin op 26 april het eerste ei werd gedeponeerd. Ditmaal was het legsel volledig met vier eieren. Het jong van de eerste ronde zit nog er nog steeds bij in de kweekbox en wordt door de man nog steeds bijgevoederd (30 april). De 4 jongen van de 2e ronde liggen nog gemoedelijk in het nest en het popje zit rustig te broeden op haar 4 eieren. Waarachtig een raar gezicht! Het is op deze manier wel nodig een man te hebben die zeer goed voedert.
Ondertussen was in box 13 een koppel grote kruisbekken met nestbouw begonnen. Er werd veel met witte sharpie, kokos en witte watten rondgesleurd, maar toen op 3 maart het eerste ei werd gelegd, was er niet meer dan een paar sprietjes in de nestkom aanwezig. Geen erg, want het vooraf aangebrachte prefab nestje bewees nu zijn nut. Er werden slecht 2 eieren gelegd, beiden bevrucht, kwamen uit op 20 maart. Ik zag de pop enkele malen de jongen voederen en dacht dat alles vlot verliep. Echt het verloop volgen kon ik niet aangezien ik de pop nooit van het nest zag en ik haar niet durfde te storen. Na 5 a 6 dagen passeerde ik de kweekbox en zag dat de pop het nest verlaten had. Ik zag mijn kans waar om nestcontole te doen en wat ik zag viel mij zwaar tegen. De jongen waren nog veel te klein voor hun ouderdom. Vanaf dan heb ik de jongen 3 a 4 maal per dag wat voedsel opgespoten. Het scheen te lukken want nu groeiden ze veel beter. Ik heb dit enkele dagen volgehouden en net toen ik dacht dat ze het zouden redden, lagen beide s’morgens dood (het had die nacht tamelijk gevroren). Ze waren reeds enkele dagen geringd en bijna bepluimd. Enkele dagen later had de pop het nieuwe nest klaar. Ditmaal was de nestkom wel degelijk afgewerkt. Het eerste ei mocht ik rapen op 8 april, bij het vierde ei werden ze teruggelegd. Deze maal was ik vastbesloten regelmatig nestcontrole te doen. Ik heb intussen ondervonden dat dit bij kruisbekken heel goed mogelijk is. Ik moet bij diverse popjes de vogel praktisch met de vinger van het nest lichten om de eieren of de jongen te kunnen zien. Op 19 april lichtte ik de pop van het nest en zag dat ze nog 2 eieren had bijgelegd, nadat ik de geraapte eieren teruglegde. Tot mijn vreugde waren alle 6 eieren bevrucht. Vier jongen kwamen uit op 26 april, een vijfde op 27 april. Het zesde ei was wel bevrucht maar in een vroeg stadium afgestorven. De 2 laatst uitgekomen jongen werden onder een kanariepop gelegd, met de bedoeling om ze later als ze geringd waren terug onder de kruisbekken te leggen. Maar nadat er van de drie jongen die onder de moedervogel waren gebleven, entje het leven liet, legde ik voor alle zekerheid de twee overgebleven jongen bij de 2 anderen onder de kanarie, die veel beter gevoed waren. Net zoals de eerste ronde voedden de kruisbekken zeer slecht. De jonge kanaries werden onder de kruisbek gelegd. Ik was van plan de jonge kruisbekken terug te leggen bij de ouders, maar de kruisbekken voeden zo slecht dat na een 5tal dagen de kanaries het leven lieten. Er zat nu niks anders meer op dan de 4 grote kruisbekken volledig door de kanaries te laten grootbrengen. Ze werden in ieder geval zeer goed gevoerd, de pop (grote kruisbek) is intussen aan haar derde nest begonnen. Hopelijk zal ze ditmaal de jongen die er wellicht komen, zelf kunnen grootbrengen. In box nr16 had mijn oudste koppel gewone kruisbekken het klaar gespeeld om op twee dagen tijd een keurig nestje klaar te krijgen. En op 16 maart kon ik het eerste ei vanonder de pop vandaan halen. Angst voor verwikkelingen bij het storen van de pop had ik al lang niet meer nu ik ondervond dat ze zich weinig aantrekken van nestcontrole. De 4 eieren werden voorbeeldig bebroed, maar op de dag voor het uitkomen van de jongen, lag er een ei met volgroeid jong onder het nest stuk op de grond. Naar de oorzaak ervan kon ik slechts gissen. De drie overgebleven eieren kwamen allemaal uit en de jongen groeiden dat het een lust was om te zien. Op 8 april, het had s’morgens gevroren, lag een van de jongen dood onder het nest, met zeer goed gevulde krop. Waarschijnlijk is het jong bij bedelen naar voedsel uit het nest gesukkeld. De twee overgebleven jongen zijn zonder verdere tegenslag uitgevlogen. Omdat dit koppel reeds twee jaar na mekaar slechts 1 broedsel produceerde, rekende ik al niet meer op een volgend broedsel. De jongen waren echter nog niet uitgevlogen of de pop construeerde opnieuw een mooi nestje. Op 25 april begon ditmaal het legsel, dat weer 4 eieren telde. Bij nestcontrole na 6 dagen bleek dat weer alle eieren bevrucht waren. De twee uitgevlogen jongen zorgen tot hiertoe nog voor weinig overlast bij de broedende pop. Het nest hangt lager dan de zitstokken in de kweekbox, misschien is dat de reden dat de jongen niet op het nest komen zitten. In januari was ik er nog in geslaagd om een jonge pop grote kruisbek van te bemachtigen voor een man die ik van Gaston van Limbergen mocht gebruiken voor de kweek. Omdat deze pop weinig aanstalte maakte om met nestbouw te beginnen en het voor kruisbekken al laat in het seizoen begon te worden, legde ik me er al bij neer dat er dit jaar niet meer genesteld zou worden. Op 8 april zag ik echter het popje met nestmateriaal rondvliegen. Toe ik de volgende dag ging kijken was er niet het minste teken van nestbouw te zien. Het rondsleuren met nestmateriaal duurde zo nog enkele dagen zonder dat er enige zichtbare vooruitgang aan het nest zichtbaar was te merken. Tot op 13 april plotseling op een dag het nest volledig was afgewerkt. Blijkbaar was het nu dringend want de volgende morgen werd het eerste ei in het nest gedeponeerd. Er volgden er nog drie, zodat het broeden kon aanvangen met 4 eieren. Alle 4 eieren waren tot mijn vreugde bevrucht. Ook hier deed ik regelmatig nestcontrole (kwestie van de vogels daaraan gewend te maken). Zoals bij de meeste kruisbekken moest ik ook hier met de vinger het popje van het nest lichten en dan vlug kijken of ze zat alweer op de eieren. Op de 14e dag broeden (30april) bemerkte ik s’middags bij zo een nestcontrole dat er 2 jongen waren geboren. De volgende morgen ging ik terug zien en tot mijn opluchting zag ik nu dat er nu 4 jongen in het nest lagen. Tot mijn opluchting omdat ik de dag ervoor had gezien dat een van de eieren die nog moest uitkippen, gedeeltelijk was platgedrukt. Alles leek in orde toen ik een halve dag later nog eens nestcontrole deed, de jongen waren reeds goed gevoerd. Nu maar hopen dat dit zo verder gaat… Als laatste in de rij werd in box nr 1 door het popje begonnen op 10 april. Voorheen was er al verschillende keren een keurig nestje gebouwd, maar nog nooit had ik de pop met nestbouw bezig gezien. Het was telkens de man die nesten bouwde. Ik heb al elk jaar een paar mannen gehad die zelf een nest bouwden, maar zolang de pop geen nest bouwt, mag je de kweek wel vergeten. Deze keer was het echter wel de pop en ze legde vanaf 16 april 4 eieren. Weer waren alle eieren bevrucht. Het leek met de bevruchte eieren wel mee te vallen dit jaar. Een van de eieren bleek achteraf geblutst en het jong was afgestorven door uitdroging. De 3 overgebleven eieren kipten uit op 2 mei en de jongen schijnen goed te worden gevoederd.
Alle koppels kregen tijdens de kweek dezelfde voeding. Aleppo zaden, een mengeling voor kruisbekken, zelfgemaakt eivoer met aves en een weinig geweekte zaden (kiemmengeling, gestreepte zonnepitten, aleppo en kempzaad). De aleppozaden worden steeds aangevuld, zodat ze steeds aan de jongen kunnen worden gevoerd. Van het eivoer werd door de meeste koppels niets opgenomen. Slechts 2 koppels namen dagelijks een zeer kleine hoeveelheid eivoer. Grit en sepia werden voor en tijdens de eileg veel opgenomen.
Tot zo ver de voorlopige resultaten van de kruisbekkenkweek. Tot op heden: 7 uitgevlogen gewone kruisbekken: 8 jongen grote kruisbek: 8 jongen grote kruisbek (4-8 dagen oud) nog op het nest: 3 jongen gewone kruisbek van enkelen dagen en nog 2 broedende popjes met samen 8 eieren. Overwegende dat een paar jaar geleden van een 40tal eieren er geen enkel bevrucht was, is dit toch al een grote vooruitgang. Enkel van het eerste koppel kruisbekken waren er onbevruchte eieren in het begin. Hopelijk zet deze trend zich door. Ik zal in ieder gevalvoor volgend seizoen dezelfde verzorging handhaven, in de hoop dat het aantal bevruchte eieren niet zal teruglopen.

Met dank aan Gaston van Limbergen

Gepubliceerd in “De Europese vogelwereld” van de KEV 15e jaargang nr2 juni 2000.

Proefnummers worden aangevraagd aan KEV-bibliotheek. Willy Janssens Isschotweg 194 2222 Itegem Belgie tel 0032-15250040

 

VOLG DE GROEI VAN DE GROTE KRUISBEK:

Grote kruisbek pop op nest , 9-2-2005. foto pk 23 februari, Grote kruisbek 2  jongen, net uit het ei. foto pk

24 februari, Grote kruisbek 1 dag oud.  foto pk 26 februari, Grote kruisbek 3 dagen oud.  foto pk

27 februari, Grote kruisbek 4 dagen oud.  foto pk 28 februari, Grote kruisbek 5 dagen oud, net beringd.  foto pk

1 maart, Grote kruisbek 6 dagen oud, Goed gevulde krop.  foto pk 2 maart, Grote kruisbek 7 dagen oud.  foto pk

3 maart, Grote kruisbek 8 dagen oud.  foto pk 4 maart, Grote kruisbek 9 dagen oud.  foto pk

6 maart, Grote kruisbek 11 dagen oud.  foto pk 5 maart 2005. Grote kruisbek pop voert haar 3 jongenin B1 foto pk

5 maart 2005. Grote kruisbek man voert zijn 3 jongenin B1 foto pk 7 maart, Grote kruisbek 12 dagen oud.  foto pk

8 maart, Grote kruisbekken 13 dagen oud.  foto pk 9 maart, Grote kruisbekken 14 dagen oud.  foto pk

10 maart, Grote kruisbekken 15 dagen oud.  foto pk 11 maart, Grote kruisbekken 16 dagen oud.  foto pk

12 maart, Grote kruisbekken 17 dagen oud.  foto pk 14 maart, Grote kruisbekken 19 dagen oud.  foto pk

15 maart, Grote kruisbekken 20 dagen oud.  foto pk 28 maart, Grote kruisbek 33 dagen oud.  foto pk

 

VOLG DE GROEI VAN DE WITBANDKRUISBEK:

koppel witbandkruisbekken op het nest   pk volledig legsel van witband kruisbekken  pk

witband kruisbekken 1 dagen oud  pk witband kruisbekken 5 dagen oud  pk

witband kruisbekken 6 dagen oud  pk witband kruisbekken 7 dagen oud  pk

witband kruisbekken 8 dagen oud  pk witband kruisbekken 8 dagen oud  pk

witband kruisbekken 9 dagen oud  pk witband kruisbekken 10 dagen oud  pk

witband kruisbekken 11 dagen oud  pk witband kruisbekken 13 dagen oud  pk

witband kruisbekken 17 dagen oud  pk witband kruisbekken 17 dagen oud  pk

witband kruisbekken 17 dagen oud. Kweekkoppel met nieuw nest.

 

 

 

VOLG DE GROEI VAN DE HIMALAYAKRUISBEK:

koppel himalaya kruisbekken.   pk himalaya kruisbek 1 dag oud  pk

himalaya kruisbekken 2 dagen oud  pk himalaya kruisbekken 3 dagen oud  pk

himalaya kruisbekken 7 dagen oud  pk himalaya kruisbekken 10 dagen oud  pk

himalaya kruisbekken 11 dagen oud  pk himalaya kruisbekken 13 dagen oud  pk

himalaya kruisbekken 14 dagen oud  pk himalaya kruisbek pop voert haar 3 jongen   pk

himalaya kruisbekken 17 dagen oud  pk himalaya kruisbekken 18 dagen oud  pk

himalaya kruisbek 21 dagen oud    pk himalaya kruisbekken 42 dagen oud

HIMALAYA-KRUISBEKKEN BEHOEVEN DROGE, ZUIVERE LUCHT

De Himalaya-kruisbek (Loxia curvirostra himalayensis) bewoont in het Himalayagebied hoogten tussen de 3.000 en 5.000m. Begin 1994 bekwam ik van een handelaar twee paar Himalayakruisbekken die zich in een betrekkelijk goede conditie bevonden. Een jong mannetje had nog jeugdgevederte op de borst en bevond zich in de eerste jeugdrui. Het andere en ook een wijfje schenen mij een jaartje ouder (veerkleur en hoorndelen), het tweede wijfje was duidelijk oud (verhoornde poten en langere snavel).
 
Huisvesting
De vogels werden geplaatst in grote kweekbakken van 80cm hoog, 60cm breed en 2.20m lang. Zij werden bekleed met conifeertakken. Hierbij werden vooral takken van spar, den, Douglas-den, lariks en ceder gebruikt. Deze werden aan de wanden bevestigd. Er werd voor gezorgd dat de vogels van de takken uit vrij door heel de kweekbak konden vliegen. De Himalaya-kruisbekken waren niet schuw. Zij klauterden tussen de takken en knaagden eraan. Er werden ook knoppen en vruchten van den, spar en lariks vestrekt evenals schors en hars. De appels van deze bomen werden in de lengte gevierendeeld. Hierdoor kunnen de vogels veel gemakkelijker aan de zaden en aan de wormpjes (insektenlarven) die er zich in bevinden. De stukken werden van de bodem meegenomen naar de zitstokken waar zij, geklemd tussen de poten, volledig werden leeggegeten. Het aanbieden van de twijgen en appels bevredigt hierbij de klauter- en knaagdrang. Hierdoor kregen de houten delen van de kweekbakken niet te lijden. Het schil- en knaaggedrag was bij mijn Himalaya-kruisbekken veel minder dan bij de inheemse kruisbekken. Als bodembedekking gebruikte ik dennenaalden.
 
Voeding
De zaadmengeling bestond hoofdzakelijk uit naaldboomzaden: 60% Aleppozaden, 10% lariks, 10% hennep, 10% witte perilla en 10% gestreepte zonnebloemzaden. Ook worden lijsterbessen gegeven die het liefst vers werden gegeten. Vuurdoornbessen werden genomen in gedroogde toestand. Zij knaagden ook heel graag aan pompoenkernen. Mineraalgrit stond zonder beperking ter beschikking in aparte schalen. Drinken werd via badhuisjes verstrekt en naargelang de vervuiling verschoond, alleszins zeker dagelijks. De gewennings-bakken dienden eveneens als kweekbak daarom werden regelmatig nieuwe conifeertakken geplaatst en de oude weggenomen. Van bij het begin had ik voor mezelf de gedwongen paarbinding voorgenomen. Moesten de koppels evenwel niet overeenkomen dan pas zou ik ze uit elkaar halen en wisselen. Dit was echter niet nodig ze pasten wonderwel bij elkaar en voerden elkaar bij pozen (echter niet overdreven). Stukken den- , spar- en lariksappeltjes werden rijkelijk aangeboden om de vogels te laten blijken dat er voedsel in overvloed aanwezig was (stimuleert de paardrang).
 
Kweekvoorbereidingen
Kruisbekken kunnen het ganse jaar door broeden. Hun broedgedrag is afgestemd op het voedselaanbod. Temperatuur en licht zijn eerder een secundaire factor. Hierdoor onderscheidt de kruisbek zich van andere vinken.
De temperatuur in mijn kweekruimten bedroeg 17°C bij een luchtvochtigheid die schommelde tussen de 50 en 60%, de belichtingsduur bedroeg 12 uur. Als verlichting koos ik voor de buislampen Lumilux 11 van Osram die qua lichtsterkte en kleur overeenkomen met True-Litebuizen maar minder kosten. Als nestgelegenheid werden talrijke takken met veel vertakkingen opgehangen evenals houten nestbodems en ijzeren nestmandjes. Deze werden met takjes in plastic, van den en spar, omgeven. In de nestgelegen-heden werden tevens sisalmatjes aangebracht. Als nestmateriaal kregen mijn vogels mos, dunne twijgjes, cocos, scharpie, sisal en grasstengels (verzameld in september/oktober na bloeitijd).
Eind 1994 werden beide mannetjes onrustig. Zij zongen heel heftig hun metaal-klinkend lied. De poppen kwetterden ook meer als voorheen. Toch gebeurde er niets, de popjes waren niet in broedstemming. Ook in 1995 en 1996 wees niets erop dat er enige broedsheid bij de vogels vast te stellen was ook niet nadat de koppels gewisseld werden.
 
Het verschil ligt bij de huisvesting
Ik was al gelukkig omdat ik de Himalaya-kruisbekken reeds zo lang in topconditie had kunnen houden. Al mijn kennissen en vrienden die zich ook zulke vogels hadden aangeschaft hadden grote verliezen gekend. Na enige tijd waren de vogels bij hen uit conditie en stierf de ene na de andere. Het voer dat zij kregen had nochtans dezelfde samenstelling als het mijne. Zij kregen evenzeer dennen- en sparrenappels. Hun kooien werden eveneens met verse twijgen behangen. Het grote verschil zat hem erin dat mijn vogels gehuisvest waren in een droge kelder met een relatief geringe luchtvochtigheid, daar waar zij buitenvolières gebruikten. Wanneer het buiten mooi en droog weer was zaten hun vogels in conditie, bij enige weersverslechtering: nat en koud, werden ze lusteloos en zag men ze zo achteruitgaan. Dit fenomeen had ik reeds vroeger opgemerkt bij mijn siberische distelvinken en met deze ervaring in mijn achterhoofd bracht ik mijn kruisbekken onder in de droge kelder.
Het verspreidingsgebied van deze vogels, in het Himalayagebergte, ligt op een hoogte van 3.000- tot 5.000 m waar de luchtsamenstelling heel anders is dan in onze lage, vochtige streken. Door de omschakeling naar een andere klimaatszone met daarbij dan nog de verandering van voedsel komen deze vogels in zulkdanige stresstoestand dat ze er uiteindelijk het bijltje bij neerleggen.
 
Broedbegin
In het voorjaar 1997 begon een wijfje met nestbouw. Ik had deze vogel dus drie jaar zonder enig resultaat in mijn bezit. Hij was dus minstens vier jaar oud. Voor het bouwen van haar nest verkoos zij een tralienestje. Sisal en cocos werden voor de nestbouw gebruikt. Het werd een zeer mooi gevlochten kommetje met dikke fijn in elkaar gevlochten wanden. In deze periode voederden de vogels elkaar geregeld. Het legsel bestond uit drie bevruchte eieren die vijftien dagen bebroed werden. Er kwamen ook drie jongen uit met zeer weinig dons. Eierschalen werden niet gevonden.
 
Kweekverloop
Het wijfje beschutte haar jongen evenzeer als voordien haar eieren. Gedurende de broedperiode werden geen nestkontroles uitgevoerd om het broedverloop door nieuwsgierigheid niet te storen. Ook na het uitkomen der jongen werd de pop nooit door mij van het nest gedwongen. Nestkontrole werd slechts sporadisch uitgevoerd wanneer de pop het nest verliet om de mestballetjes van haar jongen weg te dragen. Nadien nam het wijfje steeds een weing voedsel en water tot zich. Het wijfje verliet dan ook zeer zelden het nest. Het mannetje zorgde voor voedsel, voor haar en voor de jongen. Wellicht komt deze nestvastheid door de koude temperaturen die heersen in het oorspronkelijk woongebied waar de jongen anders zouden kunnen doodvriezen. Hier blijkt hoe
belangrijk het is dat het mannetje de pop op het nest komt voeren, waarbij de pop dit voedsel dan ook doorgeeft aan haar jongen. Moest dit niet gebeuren dan zouden de jongen verhongeren. Daarom is het zeker noodzakelijk over een koppel te beschikken dat zeer goed overeenkomt. Dit moet ook bij de inheemse kruisbek en de grote kruisbek het geval zijn. Beide hebben dezelfde broedgewoonten.
Ofschoon het in mijn kooien 17°C was bleven mijn Himalaya's deze aangeboren eigenschap handhaven.
De vogels kregen op dat moment veertien uur licht of anders gezegd de donkere periode (rust) waarbij de vogels geen voedsel kregen bedroeg tien uur.
Het mannetje at vooral aleppozaden en hennep en ook de zaden uit de gevierendeelde dennen- en sparrenappels. Daarbij werden de vrijgekomen gele maden die zich in de appels bevonden met grote voorkeur opgenomen. Het opgroeien der jonge kruisbekken verloopt zeer snel ("koude geboortestreek"), vergeleken bij andere cardueliden. Zij moeten geringd worden wanneer ze vijf dagen oud zijn (3,0mm). Na de achtste dag verlaat het wijfje de jongen op het nest om zelf ook voedsel aan te halen. Van dan af voedert ook het mannetje de jongen rechtstreeks. Eens twaalf dagen oud hebben de vogels een volledig vederkleed. De zeventiende dag verlieten zij het nest. Zij waren weinig schuw en hielden zich op in de nabijheid van het nest dat zij nog een tweetal dagen bezochten. De oudervogels waren in deze periode bijzonder zenuwachtig wanneer de kweker de kweekruimte betrad.
 
Tweede broed
Een week na het uitvliegen der jongen begon het wijfje aan een tweede nest. De jongen werden verder door het mannetje gevoerd.
Na het leggen van het tweede ei begon het wijfje vast te broeden. Bij dit tweede broedsel werd een houten nestgelegenheid verkozen. Het broedverloop kende eenzelfde gunstig gevolg als het eerste. Drie jongen werden zelfstandig.
 
Besluit
Aan de ouderdom van drie weken beginnen de snavelpunten zich te krommen. De richting naar waar deze punten zich kruisen, het zij rechts of links, heeft geen enkele wetmatige oorsprong het berust gewoon op een toevalligheid. In totaal heeft het koppeltje twee nesten gegeven van drie jongen. In totaal zes jonge Himalaya's waarvan er twee niet door de rui kwamen. Tijdens de rui werd eenzelfde frekwentie van aangeboden voedsel aangehouden in eenzelfde samen-stelling. Na de rui werd er afgebouwd om zoals in de natuur voor volgend kweekseizoen het geliefkoosde voedselaanbod in stijgende lijn aan te bieden om de kweekdrift aan te wakkeren. Het tweede koppel deed ook nu weer niets.
Om goede kweekresultaten te bekomen heeft men een goed harmoniserend koppel nodig. Het in broedconditie brengen van Himalaya-kruisbekken is alleszins niet eenvoudig. Maar eens zo ver verloopt de kweek ook zonder erge moeilijkheden.
Ik wil er de liefhebbers wel op wijzen dat ik al mijn Himalaya-kruisbekken heb doorgegeven aan een Belgische liefhebber.    

                      
Door: Michaël Freitag.  vertaling: Hugo Verbesselt.

 

De kweek met de kruisbek samenlevend met andere soorten.
Marc Bays

Gepubliceerd in “De Europese vogelwereld” van de KEV 16e jaargang nr2 juni 2001. Geplaatst met toestemming van de KEV.

Kruisbekken drinken veel en baden graagVoor het 2e opeenvolgende jaar heb ik de kweek met de kruisbek aangevangen in een open volière tezamen met andere soorten. Het vorige kweekseizoen begon heel slecht, met als oorzaak de slecht uitgebalanceerde voeding. Dit resulteerde in de dood van de twee popjes kruisbekken die ik op dat ogenblik in bezit had. In het vooruitzicht van het kweekseizoen 2001, schafte ik mij twee nieuwe kruisbekpopjes aan om mijn koppels te vervolledigen. De voeding is nu beter in evenwicht gebracht door de vermindering van zonnepitten, die in te grote hoeveelheden in mijn mengeling zaten,