Serinus citrinella is de wetenschappelijke naam voor de citroensijs,
ook wel citroenkanarie of citroencini genoemd. Hij meet 12 á
13 cm en weegt 12 tot 14 gram en zijn zang doet denken aan de
putter en Europese kanarie (Serinus serinus). Momenteel worden
2 ondersoorten onderscheiden, namelijk Serinus citrinella citrinella,
de nominaatvorm en Serinus citrinella corsicanus die voorkomt
op de eilanden Corsica en Sardinië in de middellandse zee.
De laatste soort is intensiever van kleur, met een bruine rug
en is schijnbaar sierlijker. Tevens zijn er verschillen in afmeting,
voedselkeuze, zang, roepen en leefgebied, zo is hij hier niet
gebonden aan de bergachtige regio's maar komt ook voor op zeeniveau.
Er zijn stemmen die beweren dat twee ondersoorten geklassificeerd
dienen te worden als twee verwante aparte soorten (zie ook "de
Europese vogelwereld" 02-2004).
De
citroensijs werd door Peter Simon Pallas (1741-1811) genoemd toen
hij deze op zijn reis door Europa in opdracht van de Russische
keizerin Catharina II (1729-1796) tegenkwam. In het boek "Reise
durch verschiedene Provinzen des Russischen Reiches", dat
in 1776 in St. Petersburg verscheen, wordt de soort Serinus citrinella
voor het eerst voor de wetenschap beschreven. Er werd door Pallas
de vergelijking met een citroen gemaakt, namelijk in de naam Serinus
citrinella, naar aanleiding van een exemplaar dat hij in een Hollandse
collectie balgen aantrof. De vergelijking was niet zó gelukkig,
omdat een Citroenkanarie, ook wel Citroensijs genoemd, nou niet
bepaald het summum van geelheid is. Pallas heeft toen niets anders
gedaan dan teruggegrepen naar een reeds bestaande Italiaanse vogelnaam
Citrinella. In Horst/Gesner 1669 werd de citroensijs reeds afgebeeld
als pentekening (p.I-148); hoewel daar sprake is van een "aschenfarben
Kopf" hetgeen eigenlijk precies bij een Citroensijs past,
vermoed men toch dat Italiaans Citrinella vooral de naam was voor
de Europese Kanarie. Deze naam citrinella komt trouwens ook voor
in de wetenschappelijke benaming voor de geelgors: Emberiza citrinella.
www.dutchbirding.nl
Hoewel
de Serinus citrinella geen sijs (Spinus) is, is de naam citroensijs
ingeburgerd in het nederlands- en vlaamstalige grondgebied. De
latijnse naam serinus verwijst naar de kanarie. Een betere naam
zou dus citroenkanarie of citroencini zijn. In het Engels spreekt
men van Citril Finch, hetgeen vertaald citroenvink betekent. Om
het nog ingewikkelder te maken, blijkt uit genetisch onderzoek
dat de serinus citrinella van alle nog voorkomende vogelsoorten
het dichtst verwant is aan de distelvink (Carduelis). Navraag
bij de heer George Sangster, ornitholoog, hij schreef een wetenschappelijk
artikel over de verschillen van de S.citrinella en S.corsicanus
, deed ons versteld staan. Onderzoek van het mithochondrial DNA
in Madrid door Antonio Arnaiz-Villena et al. toont aan dat we
met deze vogelsoort namelijk te maken met een directe verwante
van de distelvink (Carduelis carduelis). De DNA gegevens van de
onderzochte vogelsoorten zijn in bijgaande stambomen verwerkt.
In stamboom 1 en 3 blijkt dat de citroenkanarie en de distelvinken
een direkte gezamenlijke voorouder hebben. Zou men dus eigenlijk
moeten spreken van een citroenputter, citroendistelvink of dergelijke?
In stamboom 2 zien we de verwantschappen tussen de kanariesoorten
(serinus), de citroenkanarie staat hier als serinus ondersoort
niet meer bij. Zou zijn wetenschappelijke naam dan niet ook Carduelis
citrinella moeten worden? Opvallend is ook in stamboom 1 is dat
de acanthis groep (fraters, barmsijzen en kneuen) foutief blijkt
samengesteld te zijn. Hun uiterlijk bedriegt, ze zijn minder aan
elkaar verwant dan gedacht. Merk ook de directe verwantschap tussen
de barmsijzen en de kruisbek op, wie had dat gedacht?
We willen ons in dit artikel hoofdzakelijk beperken tot de "gewone"
citroenkanarie, de nominaatvorm Serinus citrinella citrinella.
Deze komt uitsluitend voor in bergachtige gebieden: de Alpen,
Massief central, Vogezen en Pyreneeën. Deze komt hoofdzakelijk
voor in Spanje: ±225000 broedparen, Frankrijk ±5000
broedparen, Zwitserland-Oostenrijk-Duisland ±20000 broedparen.
Het leefgebied van deze citroenkanarie is nauw verbonden met het
voorkomen van bepaalde dennensoorten (Pinus nigra, Pinus sylvestris
en Pinus mugo). Aanplant van deze boomsoorten in zuid Duitsland
er voor gezorgd dat de citroenkanarie zich hier in grotere aantallen
heeft kunnen verbreiden. Onderzoek in Spanje en Zuid Duitsland
toont aan dat de citroenkanarie zich beperkt tot een aantal hoofd
zaadsoorten: dennenzaad, Taraxacum (paardebloem), Cirsum (distel)
en Chenopodium (ganzevoet), afhankelijk van het jaargetijde. Hiernaast
wordt een variatie aan grassoorten en kruiden (Herbs in fig1)
tot zich genomen. Opvallend is dat onderzoek (Borras et al 2003),
waarbij de kropinhoud van 3374 citroenkanaries werd onderzocht
aantoont, dat ze in het voorjaar praktisch volledig afhankelijk
zijn van dennenzaad (Pinus nigra, Pinus sylvestris en pinus mugo),
zie fig.1.
Citroenkanaries
hebben een bepaald broedgebied en een overwinteringgebied. In
het Schwarzwald ligt hun broedgebied ligt op 900m boven zeespiegel,
hun overwinteringgebied ligt tot 400 meter lager (slechts 3,5km
vogelvlucht). In de Alpen en Pyreneeën liggen hun broedgebieden
aanzienlijk hoger. Vanaf eind februari trekken de vogels in het
Schwarzwald al naar hun broedgebieden, afhankelijk van de weersomstandigheden
soms later. Ook is de hoogteligging van de broedgebieden bepalend
voor het tijdstip van vertrek naar de broedgebieden. Aangezien
hier in het voorjaar meestal nog sneeuw ligt, is het duidelijk
dat waarom de vogels in die tijd bijna volledig over moeten schakelen
naar een dennenzaadmenu tot wel 90%. Tevens
toont het diagram aan dat tijdens de broed vooral paardebloem
(en andere kruiden zoals graszaden, muur en zuring) onontbeerlijk
zijn. Interessant is dat uit onderzoek van Marc Förschler
in het Schwarzwald blijkt dat het aandeel van insecten slechts
2% van het menu blijkt te zijn, voornamelijk bladluizen voorkomend
op uitlopers van de spar. Waarschijnlijk zijn dennenzaden voor
het grootbrengen van de jongen minder geëigend, gezien de
terugloop in opname door de vogels, ondanks dat ze op dat moment
nog volop beschikbaar zijn in de natuur. Sparrenzaad wordt waarschijnlijk
ook door citroenkanaries gegeten, bepaald echter niet de uitbreiding
van de soort naar nieuwe gebieden aangezien sparren niet elk jaar
vrucht dragen en zaden produceren.
Man
en pop citroenkanarie zijn redelijk eenvoudig te onderscheiden
door de grijze kraag die bij de pop gesloten is onder de keel.
Bij de man loopt het geel van op de borst door tot aan de keel.
(zie foto's) Citroenkanaries hebben 1, meestal 2 broedsels per
jaar, vanaf april tot en met juni. Het nest wordt steeds gebouwd
vlak bij de stam van een dennen of sparrenboom. De nesthoogte
is zeer variabel. Zo heeft men nesten ontdekt op 1,60m tot 30m
hoogte. Steeds echter vond men het nest op minder dan 2m van de
top van de boom en werd het hoofdzakelijk gebouwd op de zuidwestkant
van de stam. Het nest word gebouwd door het popje, waarbij het
mannetje de pop niet uit het oog laat. Hiervoor worden plantenwortels,
grashalmen, dennennaalden, hars, mos en dierenhaar gebruikt. Er
worden gemiddeld 4 eieren gelegd en 14 dagen bebroed. Eenmaal
gekipt blijven ze een 18 tal dagen in het nest alvorens ze uitvliegen.
Hierna worden ze nog een 10tal dagen door het ouderpaar wegwijs
gemaakt in hun wereld en nog bijgevoerd. Hierbij heeft de vadervogel
een belangrijke taak aangezien de pop mogelijk al broed op het
2e legsel eieren. Tevens werd geconstateerd dat citroenkanaries
zich vaak in een kolonie samen vinden gelijktijdig nesten bouwen
en eieren leggen, zodat je jongen simultaan uitvliegen met naburige
families. Men neemt aan dat veiligheid en de sociale aspecten
(groepsgezang, vinden van voedselplanten etc) voor zo'n gezamenlijke
vlucht jonge vogels een rol spelen. Meer dan eens werd waargenomen
dat mannetjes citroenkanaries gezamenlijk op voedseljacht gaan
tijdens de broed. Na ongeveer 40 tot 70 minuten keren de mannetjes
gezamenlijk terug naar hun nesten. Hierbij werden in de onmiddellijke
omgeving van hun nest (5 meter) echter geen andere mannetjes getolereerd
en verjaagd.
De
kweek door Peter Knops
In september 2004 werd me door een zekere Mat Waber in ruil voor
een jonge witbandkruisbekpop een koppel citroensijzen aangeboden.
Na enige twijfel , ik vernam dat ze zeer zwak waren, besloot ik
het overjaarse koppel aan te schaffen en de vogels op te halen
in Maasmechelen. Het koppel was zo verzekerde hij in 2003 gekweekt
door iemand uit zuid-Duitsland. De ringen bleken na koop wel erg
groot uitgevallen hetgeen er op duidt dat ze waarschijnlijk toch
uit de vrije wildbaan afkomstig waren. Het blijft opletten geblazen
bij aankoop van zeldzame vogels, al zijn het vaak steeds de zelfde
louche handelaren die met foute (zeldzame) vogels verkopen of
ruilen om er zelf beter van te worden. Hoewel de vogels, naar
zeggen, in 2004 broedpogingen hadden ondernomen, bleken deze door
omstandigheden niet succesvol!? Eenmaal in bezit van dit koppel
was ik "verkocht". Gedroegen de citroensijsjes zich
in het begin erg schuw, naarmate ze gewend geraakten aan hun nieuwe
omgeving werden ze een stuk rustiger en kon ik hun prachtige verenkleed
bewonderen. Het duurde ook niet lang of ze lieten hun aangenaam
klinkende zang horen. Op zoek naar nog een of twee koppels, kwam
ik in Oostenrijk, tijdens de bekende grote internationale kruisbekken
show te Stumm in contact met een Duitse kweker, die aldaar een
koppel te koop aanbood. Deze gingen natuurlijk ook mee naar Nederlands
Limburg. Michael Gandler uit Tirol ging voor me op zoek naar een
derde koppel. Ook in Oostenrijk zijn EK citroensijzen ook slechts
sporadisch te vinden. Tot mijn tevredenheid slaagde hij erin toch
nog een koppel voor mij te regelen, zodat voor de kweek 2005 totaal
3 koppels ingezet konden worden. Tijdens de aanloop van kweekperiode
heb ik getracht meer over de citroenkanarie te weten te komen.
Goede informatie is hier slechts spaarzaam te vinden. Tevens is
het aantal kwekers dat tracht met de citroenkanarie te kweken
minimaal. Voor mij een uitdaging.
Vanaf maart 2005 had ik elk van deze koppels tezamen met een koppel
witbandkruisbekken ondergebracht in kweekboxen van 80x200x200cm,
voorzien van dennen en sparrentakken. Toen de witbandkruisbekken
in maart overgingen tot nestbouw bleek al snel dat het samen in
een kooi houden tijdens de broed van citroenkanaries en witbandkruisbekken
een illusie bleek. De witbandkruisbekken bleken zich agressief
ten opzichte van de citrinella's te gedragen, zeker toen de eerste
jonge witbanden er waren. De zang van de citroenkanarie's was
in de kweekruimte voortdurend te horen, een genot om naar te luisteren.
(te beluisteren op www.citrinella.net) Eind april, de eerste jonge
witbanden waren al zelfstandig, heb ik dan ook de citroenkanarieparen
van de witbandkruisbekparen gescheiden ondergebracht in box 1,
2 en 3.
Kweekbox 10 Uiteraard
controleerde ik de conditie van citroenkanaries toen ik ze in
hun eigen aparte kweekbox plaatste. Het koppel in box 10 plaatste
was reeds in broedconditie, de man liet een mooie tap zien en
ook de pop had al een goede broedvlek. Het duurde dan ook niet
lang, 3 dagen, en ik zag de pop al slepen met nestmateriaal. Op
28 en 29 april en heeft de pop een ei gelegd, maar is hierna niet
overgegaan tot broeden. De 2 eitjes heb ik weggenomen in de hoop
dat de pop opnieuw snel weer over zou gaan tot nestbouw. Helaas
is een van de etjes gesneuveld bij het wegnemen, het zijn echt
kleine eitjes. Het 2e ei heb ik bij een barmsijs ondergebracht.
Uiteindelijk is dit ook op niks uitgelopen want het blijkt dat
de broedtijd voor de citroenkanarie enkele dagen langer is dan
bij barmsijzen. Vier jonge barmsijsjes waren al aardig gegroeid
toen het eitje van de citroensijs pas uitkwam. Een dag nadien
was de kleine citroenkanarie helaas dood. Het duurde uiteindelijk
tot de 3e week van mei voordat pop weer met nestmateriaal in de
weer was. Op 24 mei tenslotte, heeft ze toen het eerste ei van
een legsel van 5 gelegd. Op 8 juni zag ik dat in het citroenkanarienest
2 van de 5 eitjes waren uitgekomen nadat ze volle 14 dagen waren
bebroed. De dag erna zijn er nog 2 eitjes uitgekomen, het 5e niet
ondanks dat dit ook bevrucht was. Het ouderpaar kreeg naast de
normale sijzen/distelvink-zaadmengeling aves-eivoer, Blattner
kiemzaad, en pinky's aangeboden. Hiernaast krijgen ze ook een
ruim aanbod aan kruiden zoals vogelmuur, paardebloem en vooral
herderstasje. Op 13 juni heb ik de eerste van de citroensijzen
geringd. Voor Nederland en Duitsland is een maximum ringmaat van
2,5mm voorgeschreven, voor België 2,3mm. Het bleek dat een
van de 4 jonge citroenkanaries gestorven was, er lagen nog maar
3 van de 4 jongen in het nest. Een van de jongen groeide perfect,
had ook steeds een volle krop. De twee andere jonkies kregen helaas
maar weinig voedsel waardoor er binnen 2 dagen nog maar één
jong over is. Inmiddels had ik ook groene bladluizen en buffalo
wormen (diepvries) toegevoegd aan het menu. De groei van het ene
jong verliep verder prefect. Dertien dagen oud is de jonge vogel
als hij het ouderlijk nest verlaat. Sinds 26 juni zat het koppel
weer op 5 eieren te broeden, nu in een kunststof prefab nest.
Vier van de vijf eitje zijn uitgekomen, maar slechts 1 jong heeft
het uiteindelijk gehaald. Ondanks dat het mannetje van het citroenkanarie-koppel
in de rui was gevallen startte de pop toch nog met een volgend
nest. Ze legde 4 eitjes, deze bleken alle onbevrucht. In totaal
kweekte ik dus 2 jonge citroenkanaries van dit koppel.
Kweekbox9 Het
koppel citroenkanaries in box 9 had gezelschap van een koppel
groenlandse barmsijzen. Deze hadden een nest met eieren maar toen
de citroentjes eind mei echt in broedstemming begonnen te komen
werd de situatie onhoudbaar en moest ik de barmsijzen uit de vlucht
verwijderen. Door het territoriaal gedrag van de citroenkanarieman
hadden de barmsijzen hun nest al in de steek moeten laten. Binnen
1 week hadden daarna de citroenkanaries het nest klaar, vrij gebouwd
op een dennentak door het popje. Hierin werd 31 mei het eerste
ei gelegd van wat naderhand een nestgrootte van vier bleek te
zijn. Op 15 juni, na 15 dagen broeden is het eerste eitje uitgekomen.
Op 18 juni is het gehele legsel uit gekomen, 4 jonge citrinella's
liggen dan in het nest. Hieruit blijkt nogmaals dat de citroenkanarie
een langere broedperiode heeft dan overige vinkachtigen van gelijke
grootte. Ook Frans Hakvoort uit Urk constateerde al dat zijn citrinella-pop
vanaf het eerste gelegde ei startte met broeden. Zes dagen na
het uitkomen heb ik 3 van de 4 jongen geringd, de vierde jonge
citrinella is blijkbaar over de nestrand gevallen en lag dood
op de grond. Twee van de drie jongen werden goed gevoed, het derde
jong bleef achter en is helaas gestorven. De overgebleven 2 jonge
citroenkanaries doen het prima, groeien dan ook voorspoedig. Na
14 dagen zijn de jonge citroentjes uitgevlogen. Op 3 juli heeft
de pop het 2e nest bijna klaar. Dit keer heeft ze vooraan bij
de loopgang op 10cm van het gaas op ooghoogte, weer een vrij nest
op een dennentak gebouwd. de eitjes heb ik geraapt, zodat ze gelijktijdig
uit zouden komen. Op 8 juli had ik 3 eitjes gezet. Hoewel de citrinella's
toch altijd een bepaalde afstand reserveren als ik voorbij de
kweekbox loop, is het vreemd dat de pop haar nestplaats vooraan
bij de draad heeft gekozen. Bij het vullen van de voerbakjes zag
ik haar angstig op het nest zitten. Niet altijd maar toch meer
dan eens verlaat ze dan snel haar nest. Rap is ze hierna telkens
weer terug op haar nest. Het was voor mij zaak die kweekbox extra
subtiel te benaderen. Ik denk dat men eigenlijk altijd zijn vogels
bij het bezoeken altijd met een mate van rust moet benaderen,
zeker in de kweekperiode. Inmiddels waren er 2 van de 3 eitjes
uitgekomen. Eén van de twee jongen was de dag na het uitkomen
spoorloos verdwenen, zodat er slechts 1 jong overgebleven is.
Dit jong groeide voorspoedig en was na 2 weken uitgevlogen. In
totaal kweekte ik dus van dit koppel 3 jonge citroenkanaries.
Kweekbox3 Het
derde koppel citroenen had op 21 juni, volgens de kalender het
officiële begin van de zomer, haar eerste eitje gelegd. In
totaal heeft deze pop 4 eitjes gelegd. Naar verwachting lag de
eerste jonge citroenkanarie op 4 juli in dit nestje. Slechts 1
eitje was bevrucht. Bij nestcontrole bleek de pop wel erg vast
te broeden. Ik moest de pop letterlijk van het nest afduwen om
te zien dat het jong was uitgekomen. Het jong werd de eerste 10
dagen enorm goed gevoerd door de ouders. Het jong groeide prachtig,
de krop was steeds goed gevuld. Echter na 12 dagen stopten de
oudervogels met voeren. Bij nestcontrole de dag erna was de jonge
citroenkanarie helaas dood. Hierna is de pop niet meer aan een
nieuw nest begonnen.
Navraag bij kwekers van citroensijzen bevestigde dat de vogelsoort
gewoonlijk pas eind mei, begin juni met gezinsuitbreiding begint.
De broedduur bij citroensijzen-eitjes duurt langer dan bij vergelijkbare
vogels namelijk 14 volle dagen. De eitjes komen gemiddeld pas
de 15e dag na het leggen van het ei uit.
Het rapen van de eitjes bij de citroenkanarie kweek lijkt me onontbeerlijk
gezien de citroensijzen broeden vanaf het eerste gelegde eitje.
De eerst uitgekomen kleine kuikens groeien vlot waardoor deze
alle voer opeisen en de laatst uitgekomen jongen mogelijk in de
verdrukking komen en het niet zullen redden.
Citroensijzen zijn in de natuur afhankelijk van bergdennenzaad.
De zachte kleine dennenzaden zijn ook in de handel (o.a. vogelhal
"de nachtegaal" in Opgrimbie, Maasmechelen) verkrijgbaar.
Ook in gevangenschap zijn ze er gek op.
Citroensijzen zijn sterker, minder gevoelig voor ziekten, dan
vaak beweerd wordt. Vitaminen worden door mij niet verstrekt.
Wel wordt elke dag het drinkwater aangezuurd met appelazijn. Ook
preventief kuren is bij mij niet nodig gebleken, hoewel enkele
vogels individueel wel besmet waren geraakt met coccidiose. Deze
waren na een 2daagse baycox kuur weer fit.
De citroenkanarie is geen populaire kooivogel. Tijdens de laatste
jaarlijkse vogelshow van de ICC (Internationale Cardeluïden
Club) in Fürstenhagen, Duitsland was afgelopen jaar een wetenschappelijke
voordracht over de citroensijs (zitronengirlitz) door de ornitholoog
Marc Förschler. Voedsel, gedrag, broed en de ondersoorten
werden besproken. Dat er maar matige interesse in de kweek met
de citroensijs is in Duitsland, bleek ook in Fürstenhagen.
Het is gewoon geen populaire kweekvogel. Er is daardoor ook in
Duitsland niet gemakkelijk aan te geraken. Ondanks dat er wel
citroensijzen in de verkoopklasse aldaar present waren, wisselde
er niet één van eigenaar. De ICC show wordt in 2006
gehouden in oktober te Silkeborg, Denemarken.
De
kweek door Boudewijn Smets. In
het voorjaar van 2004 verkreeg ik na lang zoeken en vele beloftes
via een Italiaanse liefhebber 3 popjes en 1 mannetje zodat ik
met de weinige informatie die men over deze vogel vind het kweekseizoen
2004 kon inzetten. Daar ik slechts 1 man en 3 popjes had besloot
ik deze vogels bij elkaar te plaatsen. Ongeveer half mei begon
een eerste pop aan de nestbouw en kwamen er 4 eieren die voorbeeldig
werden bebroed terwijl de man bijna constant naast het nest zat.
Na 14 dagen broeden kipten 3 van de 4 eieren. De jongen groeiden
de eerste 3 dagen goed, maar dan liep het mis. Ze werden nadien
niet meer gevoerd zodat ze stierven. Ondertussen waren de 2 andere
poppen ook aan de nestbouw begonnen. Toch deze eieren bleken allen
onbevrucht te zijn. Wat ik eigenlijk wel verwachtte daar de man
zich slechts om één pop bekommerde. Zodoende sloot
ik het kweekjaar 2004 af zonder resultaat.
Eind 2004 verkreeg ik via diezelfde liefhebber nogmaals 2 mannetjes
en 4 poppen plus 2 koppels van de corsicaanse citroensijs, de
Serinus citrinella corsicanus. Zodoende zag ik het kweekseizoen
2004 hoopvol tegemoet.
Eind
april begon het eerste koppel corsicaanse citroensijzen aan de
nestbouw, waarvan het eerste eitje zonder probleem in terechtkwam.
Doch de dag daarop lag het popje dood op het nest met legnood.
Het andere koppel corsicanus begon ongeveer half mei. Voor alle
zekerheid werden de eieren, 4 in totaal, geraapt en onder een
"cultuurbarmsijs" gelegd. Welke het jaar voordien een
perfecte moeder was. Maar de eieren lagen er amper in of ze gooiden
ze eruit. Met alle gevolgen van dien: weer niets. De pop corsicanus
begon 12 dagen later terug. Toen heb ik deze vogel laten doen.
Wat resulteerde in 4 eieren en 3 jongen, welke perfect grootgebracht
werden. Zij begon nog aan een 3de ronde maar terwijl ze aan het
broeden was lag de man op een morgen dood. Zonder uitwendige verwondingen
en daags voordien nog kerngezond. Deze ronde leverde 3 jongen
op maar direct na het uitkippen werden de jongen uit het nest
gegooid. Waarom? Wellicht omdat de man gestorven was. Zodoende
had ik van 2 koppels corsicanus 3 jongen. Wat natuurlijk niet
veel was, maar beter dan niets. De 3 jongen bleken 2 mans en 1
pop te zijn zodoende ik het kweekseizoen 2006 hopelijk terug kan
starten met 2 koppels corsicaanse citroensijzen.
Mijn
andere koppels "gewone" citroensijzen, 3 mans en 7 poppen.
De poppen werden net als in 2004 verdeeld onder de 3 mans. We
zullen de koppels 1-2-3 noemen.
-
Koppel 1. Deze man had een hele harem,
3 vrouwtjes. Alle 3 de poppen legden meerdere nesten eieren. Toch
steeds was er maar een nestje bevrucht. Altijd van dezelfde pop.
Wat mijn mening van 2004 versterkte. Deze vogels zijn mijn inziens
monogaam.
Van dit koppel kreeg ik geen enkel jong groot.
-
Koppel 2. Eigenlijk hetzelfde liedje.
De man paarde met slechts één van de twee poppen.
Wat mij de eerste ronde 2 jongen opleverde. De 2de zonde leverde
mij 3 jonge vogels op waarvan er 1 merkbaar kleiner was (citroensijzen
broeden vanaf het eerste ei). Waarop ik besloot het kleinste onder
een putter pop te leggen die onbevruchte eieren had. Het jong
werd direct gevoerd en grootgebracht.
Koppel 2 leverde mij dus 5 jonge vogels op. Wat volgens mij goed
is.
-
Koppel 3. Zoals we al weten van koppel
1 en 2 paarde deze man ook slechts met één pop.
Wat resulteerde in 3 eieren en 2 jongen. Welke voorbeeldig grootgebracht
werden. Dit koppel begon vrij laat, eind juni. Ze hebben slechts
1 broedsel gedaan waar ik best tevreden over was.
Zodoende had ik van 3 koppels 7 jongen wat misschien niet schitterend
is maar waarmee ik best tevreden was. Ook al omdat wij van deze
vogels eigenlijk zo goed als niets weten.
Zo was ik enkele maanden geleden op een vergadering van de W.E.V.
Alois Van Mingerhoets kwam spreken over Europese vogels en hun
mutaties. Toen hij bij de citroensijs aankwam verspilde hij er
weinig woorden aan. Het kwam erop neer dat bij het bekijken van
deze vogels ze al dood zouden vallen. Ik bekijk mijn vogels meermaals
per dag en heb nog geen enkele dood zien vallen. Wat natuurlijk
wil zeggen dat ze niet kunnen sterven.
Nog
iets over hun voeding en het drinkwater wat eigenlijk vrij eenvoudig
is. Ik stel mijn zaad een beetje zelf samen. Als basis gebruik
ik sijzenmengeling. Deze van Van Tendeloo, te Nijlen. Ik vul een
emmer ¾ met dit zaad, dan volgt distelzaad, teunisbloemzaad,
cichorei, slazaad wild of gezondheidsrauw, gedroogd elzenzaad.
Alsook en volgens mij vrij belangrijk is het zeer fijne dennenzaad.
Deze ga ik halen in de vogelhal te Opgrimbie-Maasmechelen, alsook
het lorkenzaad. Kortom alle fijne zaden die men kan vinden zijn
volgens mijn bevindingen goed. Er word niets afgewogen. Deze zaden
worden er aan toegevoegd totdat de emmer vol is zodat ze de ene
keer iets meer van de bepaalde zaden hebben en de volgende keer
minder.
Het drinkwater is eenvoudig maar mijn inziens zeer belangrijk.
Vele jaren heb ik het drinkflesje gebruikt, de zogezegde banaan.
Maar elke zomer en zelfs in de winter na enkele dagen stonk dit
water hoewel het iedere dag minstens 1x ververst werd en zoals
iedereen wel weet vervuild geeft darmstoornissen en ziekten tot
gevolg. Ik heb het voorbeeld van mijn buurman, die duivenmelker
is, gevolgd. Deze geven hun duiven drinken uit geglazuurde drinkpotten
te drinken.
Bij de bouw van mijn nieuwe volière heb ik voorzien dat
ik kleine geglazuurde potjes kan zetten met een diameter van +
5cm. Welke ik nu 4 maanden in gebruik heb en waarvan het water
dagelijks ververst word. Deze potjes zijn nog geen enkele maar
afgewassen en het water stinkt niet. Bij mijn drinkwater wordt
elke dag enkele druppels citroensap gedaan + een koffielepel per
3 liter water.
Er word 2 tot 3 maal jaarlijks gekuurd. 2x met baycox en 1x met
ESB3. In het voorjaar (maart) baycox, na de kweek 2x5dagen ESB3.
Alsook in oktober baycox.
Tot
hier onze verslagen. We hopen dat dit artikel de liefhebber aan
zal zetten het kweken met de citroenkanarie en andere minder bekende
vogelsoorten, bv de roodvoorhoofdkanarie, te overwegen en de uitdaging
aan te gaan. Het plezier dat men ondervindt bij de kweek van deze
vogels geeft veel voldoening. Het geeft min of meer weer het zelfde
gevoel als toen men, als beginnend vogelkweker, die eerste groenvink
of putter kweekte.
Met
vriendelijke groet,
Peter Knops, Simpelveld NL
Ik
zal u op de hoogte houden van de vorderingen, en kom zo regelmatig terug.