citroenkanarie man. foto: pk

citroenkanarie pop. foto: pk

citroenkanarie man. foto: pk

citroenkanarie pop. foto: pk

Box 3, nest in aanbouw. Foto pk

box 10, pop op het nest

nest van citroenkanaries in box 9, vrij gebouw op dennentak (eerste broedpoging, juni 2005).  foto pk

nest van citroenkanaries in box 10 (2e broedpoging, juni 2005).  foto pk

2 jonge citroenkanaries, nog geen dag oud (box 10). foto pk

jonge citroenkanaries, 2e dag na het uitkomen (box 10). foto pk.

Eén van de jonge citroentjes groeit prima, de 2 andere blijfen ver achter in groei (6 dagen oud,box 10). foto pk

Jonge citrinella 14 dagen oud. foto pk

citrinellapop op het nest (box 10) foto pk

juveniele Serinus citrinella. foto pk

nest van citroenkanaries in box 9 (eerste broedpoging, juni 2005).  foto pk

box 9 4 jonge citroenkanaries. foto pk

box 9: 3 jonge citroenen, 6 dagen oud, net geringd. foto pk

2 jonge citrinella's 12 dagen oud. foto pk

2 jonge citrinella's 13 dagen oud. foto pk

familie citroenkanaries box 9. foto pk

nestronde 2  box 9 op ooghoogte nabij de loopgang. foto pk

10 dagen oude citroenkanarie. foto pk

box 3, eerste eitjes. foto pk

Zoek hieronder met:
Google

Latijns: Serinus Citrinella
Nederlands: Citroenkanarie
Duits: Zitronengirlitz
Engels: Citril Finch
Frans: Venturon montagnard
Italiaans: Venturone
Spaans: Verderón Serrano
Portugees: Verdilhão-serrano
Pools: Osetnik
Fins: Sitruunapeippo
Zweeds: Citronsiska
Hongaars: Citromcsíz
Tsjechies; Zvonohlík citrónový

 

 

Momenteel op deze website:       

Serinus Citrinella

Nederlands: Citroensijs, Citroenkanarie
Deutsch: Zitronengirlitz
English: Citril Finch
Français: Venturon montagnard
Italiano: Venturone
Español: Verderón Serrano


Serinus citrinella is de wetenschappelijke naam voor de citroensijs, ook wel citroenkanarie of citroencini genoemd. Hij meet 12 á 13 cm en weegt 12 tot 14 gram en zijn zang doet denken aan de putter en Europese kanarie (Serinus serinus). Momenteel worden 2 ondersoorten onderscheiden, namelijk Serinus citrinella citrinella, de nominaatvorm en Serinus citrinella corsicanus die voorkomt op de eilanden Corsica en Sardinië in de middellandse zee. De laatste soort is intensiever van kleur, met een bruine rug en is schijnbaar sierlijker. Tevens zijn er verschillen in afmeting, voedselkeuze, zang, roepen en leefgebied, zo is hij hier niet gebonden aan de bergachtige regio's maar komt ook voor op zeeniveau. Er zijn stemmen die beweren dat twee ondersoorten geklassificeerd dienen te worden als twee verwante aparte soorten (zie ook "de Europese vogelwereld" 02-2004).

De citroensijs werd door Peter Simon Pallas (1741-1811) genoemd toen hij deze op zijn reis door Europa in opdracht van de Russische keizerin Catharina II (1729-1796) tegenkwam. In het boek "Reise durch verschiedene Provinzen des Russischen Reiches", dat in 1776 in St. Petersburg verscheen, wordt de soort Serinus citrinella voor het eerst voor de wetenschap beschreven. Er werd door Pallas de vergelijking met een citroen gemaakt, namelijk in de naam Serinus citrinella, naar aanleiding van een exemplaar dat hij in een Hollandse collectie balgen aantrof. De vergelijking was niet zó gelukkig, omdat een Citroenkanarie, ook wel Citroensijs genoemd, nou niet bepaald het summum van geelheid is. Pallas heeft toen niets anders gedaan dan teruggegrepen naar een reeds bestaande Italiaanse vogelnaam Citrinella. In Horst/Gesner 1669 werd de citroensijs reeds afgebeeld als pentekening (p.I-148); hoewel daar sprake is van een "aschenfarben Kopf" hetgeen eigenlijk precies bij een Citroensijs past, vermoed men toch dat Italiaans Citrinella vooral de naam was voor de Europese Kanarie. Deze naam citrinella komt trouwens ook voor in de wetenschappelijke benaming voor de geelgors: Emberiza citrinella. www.dutchbirding.nl

CITRINELLA POP BOX 3 OP HET NEST. FOTO PK.Hoewel de Serinus citrinella geen sijs (Spinus) is, is de naam citroensijs ingeburgerd in het nederlands- en vlaamstalige grondgebied. De latijnse naam serinus verwijst naar de kanarie. Een betere naam zou dus citroenkanarie of citroencini zijn. In het Engels spreekt men van Citril Finch, hetgeen vertaald citroenvink betekent. Om het nog ingewikkelder te maken, blijkt uit genetisch onderzoek dat de serinus citrinella van alle nog voorkomende vogelsoorten het dichtst verwant is aan de distelvink (Carduelis). Navraag bij de heer George Sangster, ornitholoog, hij schreef een wetenschappelijk artikel over de verschillen van de S.citrinella en S.corsicanus , deed ons versteld staan. Onderzoek van het mithochondrial DNA in Madrid door Antonio Arnaiz-Villena et al. toont aan dat we met deze vogelsoort namelijk te maken met een directe verwante van de distelvink (Carduelis carduelis). De DNA gegevens van de onderzochte vogelsoorten zijn in bijgaande stambomen verwerkt. In stamboom 1 en 3 blijkt dat de citroenkanarie en de distelvinken een direkte gezamenlijke voorouder hebben. Zou men dus eigenlijk moeten spreken van een citroenputter, citroendistelvink of dergelijke? In stamboom 2 zien we de verwantschappen tussen de kanariesoorten (serinus), de citroenkanarie staat hier als serinus ondersoort niet meer bij. Zou zijn wetenschappelijke naam dan niet ook Carduelis citrinella moeten worden? Opvallend is ook in stamboom 1 is dat de acanthis groep (fraters, barmsijzen en kneuen) foutief blijkt samengesteld te zijn. Hun uiterlijk bedriegt, ze zijn minder aan elkaar verwant dan gedacht. Merk ook de directe verwantschap tussen de barmsijzen en de kruisbek op, wie had dat gedacht?
We willen ons in dit artikel hoofdzakelijk beperken tot de "gewone" citroenkanarie, de nominaatvorm Serinus citrinella citrinella. Deze komt uitsluitend voor in bergachtige gebieden: de Alpen, Massief central, Vogezen en Pyreneeën. Deze komt hoofdzakelijk voor in Spanje: ±225000 broedparen, Frankrijk ±5000 broedparen, Zwitserland-Oostenrijk-Duisland ±20000 broedparen. Het leefgebied van deze citroenkanarie is nauw verbonden met het voorkomen van bepaalde dennensoorten (Pinus nigra, Pinus sylvestris en Pinus mugo). Aanplant van deze boomsoorten in zuid Duitsland er voor gezorgd dat de citroenkanarie zich hier in grotere aantallen heeft kunnen verbreiden. Onderzoek in Spanje en Zuid Duitsland toont aan dat de citroenkanarie zich beperkt tot een aantal hoofd zaadsoorten: dennenzaad, Taraxacum (paardebloem), Cirsum (distel) en Chenopodium (ganzevoet), afhankelijk van het jaargetijde. Hiernaast wordt een variatie aan grassoorten en kruiden (Herbs in fig1) tot zich genomen. Opvallend is dat onderzoek (Borras et al 2003), waarbij de kropinhoud van 3374 citroenkanaries werd onderzocht aantoont, dat ze in het voorjaar praktisch volledig afhankelijk zijn van dennenzaad (Pinus nigra, Pinus sylvestris en pinus mugo), zie fig.1.

Citroenkanaries hebben een bepaald broedgebied en een overwinteringgebied. In het Schwarzwald ligt hun broedgebied ligt op 900m boven zeespiegel, hun overwinteringgebied ligt tot 400 meter lager (slechts 3,5km vogelvlucht). In de Alpen en Pyreneeën liggen hun broedgebieden aanzienlijk hoger. Vanaf eind februari trekken de vogels in het Schwarzwald al naar hun broedgebieden, afhankelijk van de weersomstandigheden soms later. Ook is de hoogteligging van de broedgebieden bepalend voor het tijdstip van vertrek naar de broedgebieden. Aangezien hier in het voorjaar meestal nog sneeuw ligt, is het duidelijk dat waarom de vogels in die tijd bijna volledig over moeten schakelen naar een dennenzaadmenu tot wel 90%. fig 1: maandelijkse verhouding van zaden in de krop van de citroenkanarie gemeten bij 3374 individuen. Borras et al 2003Tevens toont het diagram aan dat tijdens de broed vooral paardebloem (en andere kruiden zoals graszaden, muur en zuring) onontbeerlijk zijn. Interessant is dat uit onderzoek van Marc Förschler in het Schwarzwald blijkt dat het aandeel van insecten slechts 2% van het menu blijkt te zijn, voornamelijk bladluizen voorkomend op uitlopers van de spar. Waarschijnlijk zijn dennenzaden voor het grootbrengen van de jongen minder geëigend, gezien de terugloop in opname door de vogels, ondanks dat ze op dat moment nog volop beschikbaar zijn in de natuur. Sparrenzaad wordt waarschijnlijk ook door citroenkanaries gegeten, bepaald echter niet de uitbreiding van de soort naar nieuwe gebieden aangezien sparren niet elk jaar vrucht dragen en zaden produceren.

Man en pop citroenkanarie zijn redelijk eenvoudig te onderscheiden door de grijze kraag die bij de pop gesloten is onder de keel. Bij de man loopt het geel van op de borst door tot aan de keel. (zie foto's) Citroenkanaries hebben 1, meestal 2 broedsels per jaar, vanaf april tot en met juni. Het nest wordt steeds gebouwd vlak bij de stam van een dennen of sparrenboom. De nesthoogte is zeer variabel. Zo heeft men nesten ontdekt op 1,60m tot 30m hoogte. Steeds echter vond men het nest op minder dan 2m van de top van de boom en werd het hoofdzakelijk gebouwd op de zuidwestkant van de stam. Het nest word gebouwd door het popje, waarbij het mannetje de pop niet uit het oog laat. Hiervoor worden plantenwortels, grashalmen, dennennaalden, hars, mos en dierenhaar gebruikt. Er worden gemiddeld 4 eieren gelegd en 14 dagen bebroed. Eenmaal gekipt blijven ze een 18 tal dagen in het nest alvorens ze uitvliegen. Hierna worden ze nog een 10tal dagen door het ouderpaar wegwijs gemaakt in hun wereld en nog bijgevoerd. Hierbij heeft de vadervogel een belangrijke taak aangezien de pop mogelijk al broed op het 2e legsel eieren. Tevens werd geconstateerd dat citroenkanaries zich vaak in een kolonie samen vinden gelijktijdig nesten bouwen en eieren leggen, zodat je jongen simultaan uitvliegen met naburige families. Men neemt aan dat veiligheid en de sociale aspecten (groepsgezang, vinden van voedselplanten etc) voor zo'n gezamenlijke vlucht jonge vogels een rol spelen. Meer dan eens werd waargenomen dat mannetjes citroenkanaries gezamenlijk op voedseljacht gaan tijdens de broed. Na ongeveer 40 tot 70 minuten keren de mannetjes gezamenlijk terug naar hun nesten. Hierbij werden in de onmiddellijke omgeving van hun nest (5 meter) echter geen andere mannetjes getolereerd en verjaagd.





Luister hier naar de citroenkanarie

De kweek door Peter Knops serinus citrinella foto pk
In september 2004 werd me door een zekere Mat Waber in ruil voor een jonge witbandkruisbekpop een koppel citroensijzen aangeboden. Na enige twijfel , ik vernam dat ze zeer zwak waren, besloot ik het overjaarse koppel aan te schaffen en de vogels op te halen in Maasmechelen. Het koppel was zo verzekerde hij in 2003 gekweekt door iemand uit zuid-Duitsland. De ringen bleken na koop wel erg groot uitgevallen hetgeen er op duidt dat ze waarschijnlijk toch uit de vrije wildbaan afkomstig waren. Het blijft opletten geblazen bij aankoop van zeldzame vogels, al zijn het vaak steeds de zelfd
e louche handelaren die met foute (zeldzame) vogels verkopen of ruilen om er zelf beter van te worden. Hoewel de vogels, naar zeggen, in 2004 broedpogingen hadden ondernomen, bleken deze door omstandigheden niet succesvol!? Eenmaal in bezit van dit koppel was ik "verkocht". Gedroegen de citroensijsjes zich in het begin erg schuw, naarmate ze gewend geraakten aan hun nieuwe omgeving werden ze een stuk rustiger en kon ik hun prachtige verenkleed bewonderen. Het duurde ook niet lang of ze lieten hun aangenaam klinkende zang horen. Op zoek naar nog een of twee koppels, kwam ik in Oostenrijk, tijdens de bekende grote internationale kruisbekken show te Stumm in contact met een Duitse kweker, die aldaar een koppel te koop aanbood. Deze gingen natuurlijk ook mee naar Nederlands Limburg. Michael Gandler uit Tirol ging voor me op zoek naar een derde koppel. Ook in Oostenrijk zijn EK citroensijzen ook slechts sporadisch te vinden. Tot mijn tevredenheid slaagde hij erin toch nog een koppel voor mij te regelen, zodat voor de kweek 2005 totaal 3 koppels ingezet konden worden. Tijdens de aanloop van kweekperiode heb ik getracht meer over de citroenkanarie te weten te komen. Goede informatie is hier slechts spaarzaam te vinden. Tevens is het aantal kwekers dat tracht met de citroenkanarie te kweken minimaal. Voor mij een uitdaging.
Vanaf maart 2005 had ik elk van deze koppels tezamen met een koppel witbandkruisbekken ondergebracht in kweekboxen van 80x200x200cm, voorzien van dennen en sparrentakken. Toen de witbandkruisbekken in maart overgingen tot nestbouw bleek al snel dat het samen in een kooi houden tijdens de broed van citroenkanaries en witbandkruisbekken een illusie bleek. De witbandkruisbekken bleken zich agressief ten opzichte van de citrinella's te gedragen, zeker toen de eerste jonge witbanden er waren. De zang van de citroenkanarie's was in de kweekruimte voortdurend te horen, een genot om naar te luisteren. (te beluisteren op www.citrinella.net) Eind april, de eerste jonge witbanden waren al zelfstandig, heb ik dan ook de citroenkanarieparen van de witbandkruisbekparen gescheiden ondergebracht in box 1, 2 en 3.
Kweekbox 10
Box 3; Citroenkanarie op het nest. foto pkUiteraard controleerde ik de conditie van citroenkanaries toen ik ze in hun eigen aparte kweekbox plaatste. Het koppel in box 10 plaatste was reeds in broedconditie, de man liet een mooie tap zien en ook de pop had al een goede broedvlek. Het duurde dan ook niet lang, 3 dagen, en ik zag de pop al slepen met nestmateriaal. Op 28 en 29 april en heeft de pop een ei gelegd, maar is hierna niet overgegaan tot broeden. De 2 eitjes heb ik weggenomen in de hoop dat de pop opnieuw snel weer over zou gaan tot nestbouw. Helaas is een van de etjes gesneuveld bij het wegnemen, het zijn echt kleine eitjes. Het 2e ei heb ik bij een barmsijs ondergebracht. Uiteindelijk is dit ook op niks uitgelopen want het blijkt dat de broedtijd voor de citroenkanarie enkele dagen langer is dan bij barmsijzen. Vier jonge barmsijsjes waren al aardig gegroeid toen het eitje van de citroensijs pas uitkwam. Een dag nadien was de kleine citroenkanarie helaas dood. Het duurde uiteindelijk tot de 3e week van mei voordat pop weer met nestmateriaal in de weer was. Op 24 mei tenslotte, heeft ze toen het eerste ei van een legsel van 5 gelegd. Op 8 juni zag ik dat in het citroenkanarienest 2 van de 5 eitjes waren uitgekomen nadat ze volle 14 dagen waren bebroed. De dag erna zijn er nog 2 eitjes uitgekomen, het 5e niet ondanks dat dit ook bevrucht was. Het ouderpaar kreeg naast de normale sijzen/distelvink-zaadmengeling aves-eivoer, Blattner kiemzaad, en pinky's aangeboden. Hiernaast krijgen ze ook een ruim aanbod aan kruiden zoals vogelmuur, paardebloem en vooral herderstasje. Op 13 juni heb ik de eerste van de citroensijzen geringd. Voor Nederland en Duitsland is een maximum ringmaat van 2,5mm voorgeschreven, voor België 2,3mm. Het bleek dat een van de 4 jonge citroenkanaries gestorven was, er lagen nog maar 3 van de 4 jongen in het nest. Een van de jongen groeide perfect, had ook steeds een volle krop. De twee andere jonkies kregen helaas maar weinig voedsel waardoor er binnen 2 dagen nog maar één jong over is. Inmiddels had ik ook groene bladluizen en buffalo wormen (diepvries) toegevoegd aan het menu. De groei van het ene jong verliep verder prefect. Dertien dagen oud is de jonge vogel als hij het ouderlijk nest verlaat. Sinds 26 juni zat het koppel weer op 5 eieren te broeden, nu in een kunststof prefab nest. Vier van de vijf eitje zijn uitgekomen, maar slechts 1 jong heeft het uiteindelijk gehaald. Ondanks dat het mannetje van het citroenkanarie-koppel in de rui was gevallen startte de pop toch nog met een volgend nest. Ze legde 4 eitjes, deze bleken alle onbevrucht. In totaal kweekte ik dus 2 jonge citroenkanaries van dit koppel.
Kweekbox9
Box 3; 9 dagen oude citroenkanarie met volle krop. foto pkHet koppel citroenkanaries in box 9 had gezelschap van een koppel groenlandse barmsijzen. Deze hadden een nest met eieren maar toen de citroentjes eind mei echt in broedstemming begonnen te komen werd de situatie onhoudbaar en moest ik de barmsijzen uit de vlucht verwijderen. Door het territoriaal gedrag van de citroenkanarieman hadden de barmsijzen hun nest al in de steek moeten laten. Binnen 1 week hadden daarna de citroenkanaries het nest klaar, vrij gebouwd op een dennentak door het popje. Hierin werd 31 mei het eerste ei gelegd van wat naderhand een nestgrootte van vier bleek te zijn. Op 15 juni, na 15 dagen broeden is het eerste eitje uitgekomen. Op 18 juni is het gehele legsel uit gekomen, 4 jonge citrinella's liggen dan in het nest. Hieruit blijkt nogmaals dat de citroenkanarie een langere broedperiode heeft dan overige vinkachtigen van gelijke grootte. Ook Frans Hakvoort uit Urk constateerde al dat zijn citrinella-pop vanaf het eerste gelegde ei startte met broeden. Zes dagen na het uitkomen heb ik 3 van de 4 jongen geringd, de vierde jonge citrinella is blijkbaar over de nestrand gevallen en lag dood op de grond. Twee van de drie jongen werden goed gevoed, het derde jong bleef achter en is helaas gestorven. De overgebleven 2 jonge citroenkanaries doen het prima, groeien dan ook voorspoedig. Na 14 dagen zijn de jonge citroentjes uitgevlogen. Op 3 juli heeft de pop het 2e nest bijna klaar. Dit keer heeft ze vooraan bij de loopgang op 10cm van het gaas op ooghoogte, weer een vrij nest op een dennentak gebouwd. de eitjes heb ik geraapt, zodat ze gelijktijdig uit zouden komen. Op 8 juli had ik 3 eitjes gezet. Hoewel de citrinella's toch altijd een bepaalde afstand reserveren als ik voorbij de kweekbox loop, is het vreemd dat de pop haar nestplaats vooraan bij de draad heeft gekozen. Bij het vullen van de voerbakjes zag ik haar angstig op het nest zitten. Niet altijd maar toch meer dan eens verlaat ze dan snel haar nest. Rap is ze hierna telkens weer terug op haar nest. Het was voor mij zaak die kweekbox extra subtiel te benaderen. Ik denk dat men eigenlijk altijd zijn vogels bij het bezoeken altijd met een mate van rust moet benaderen, zeker in de kweekperiode. Inmiddels waren er 2 van de 3 eitjes uitgekomen. Eén van de twee jongen was de dag na het uitkomen spoorloos verdwenen, zodat er slechts 1 jong overgebleven is. Dit jong groeide voorspoedig en was na 2 weken uitgevlogen. In totaal kweekte ik dus van dit koppel 3 jonge citroenkanaries.
Kweekbox3
3e nestronde box 10. foto pkHet derde koppel citroenen had op 21 juni, volgens de kalender het officiële begin van de zomer, haar eerste eitje gelegd. In totaal heeft deze pop 4 eitjes gelegd. Naar verwachting lag de eerste jonge citroenkanarie op 4 juli in dit nestje. Slechts 1 eitje was bevrucht. Bij nestcontrole bleek de pop wel erg vast te broeden. Ik moest de pop letterlijk van het nest afduwen om te zien dat het jong was uitgekomen. Het jong werd de eerste 10 dagen enorm goed gevoerd door de ouders. Het jong groeide prachtig, de krop was steeds goed gevuld. Echter na 12 dagen stopten de oudervogels met voeren. Bij nestcontrole de dag erna was de jonge citroenkanarie helaas dood. Hierna is de pop niet meer aan een nieuw nest begonnen.
Navraag bij kwekers van citroensijzen bevestigde dat de vogelsoort gewoonlijk pas eind mei, begin juni met gezinsuitbreiding begint.
De broedduur bij citroensijzen-eitjes duurt langer dan bij vergelijkbare vogels namelijk 14 volle dagen. De eitjes komen gemiddeld pas de 15e dag na het leggen van het ei uit.
Het rapen van de eitjes bij de citroenkanarie kweek lijkt me onontbeerlijk gezien de citroensijzen broeden vanaf het eerste gelegde eitje. De eerst uitgekomen kleine kuikens groeien vlot waardoor deze alle voer opeisen en de laatst uitgekomen jongen mogelijk in de verdrukking komen en het niet zullen redden.
Citroensijzen zijn in de natuur afhankelijk van bergdennenzaad. De zachte kleine dennenzaden zijn ook in de handel (o.a. vogelhal "de nachtegaal" in Opgrimbie, Maasmechelen) verkrijgbaar. Ook in gevangenschap zijn ze er gek op.
Citroensijzen zijn sterker, minder gevoelig voor ziekten, dan vaak beweerd wordt. Vitaminen worden door mij niet verstrekt. Wel wordt elke dag het drinkwater aangezuurd met appelazijn. Ook preventief kuren is bij mij niet nodig gebleken, hoewel enkele vogels individueel wel besmet waren geraakt met coccidiose. Deze waren na een 2daagse baycox kuur weer fit.
De citroenkanarie is geen populaire kooivogel. Tijdens de laatste jaarlijkse vogelshow van de ICC (Internationale Cardeluïden Club) in Fürstenhagen, Duitsland was afgelopen jaar een wetenschappelijke voordracht over de citroensijs (zitronengirlitz) door de ornitholoog Marc Förschler. Voedsel, gedrag, broed en de ondersoorten werden besproken. Dat er maar matige interesse in de kweek met de citroensijs is in Duitsland, bleek ook in Fürstenhagen. Het is gewoon geen populaire kweekvogel. Er is daardoor ook in Duitsland niet gemakkelijk aan te geraken. Ondanks dat er wel citroensijzen in de verkoopklasse aldaar present waren, wisselde er niet één van eigenaar. De ICC show wordt in 2006 gehouden in oktober te Silkeborg, Denemarken.

The-Birdhouse - all about Carduelan Finches

De kweek door Boudewijn Smets.

Serinus citrinella mannetje. Foto Frans Hakvoort.I
n het voorjaar van 2004 verkreeg ik na lang zoeken en vele beloftes via een Italiaanse liefhebber 3 popjes en 1 mannetje zodat ik met de weinige informatie die men over deze vogel vind het kweekseizoen 2004 kon inzetten. Daar ik slechts 1 man en 3 popjes had besloot ik deze vogels bij elkaar te plaatsen. Ongeveer half mei begon een eerste pop aan de nestbouw en kwamen er 4 eieren die voorbeeldig werden bebroed terwijl de man bijna constant naast het nest zat. Na 14 dagen broeden kipten 3 van de 4 eieren. De jongen groeiden de eerste 3 dagen goed, maar dan liep het mis. Ze werden nadien niet meer gevoerd zodat ze stierven. Ondertussen waren de 2 andere poppen ook aan de nestbouw begonnen. Toch deze eieren bleken allen onbevrucht te zijn. Wat ik eigenlijk wel verwachtte daar de man zich slechts om één pop bekommerde. Zodoende sloot ik het kweekjaar 2004 af zonder resultaat.

Eind 2004 verkreeg ik via diezelfde liefhebber nogmaals 2 mannetjes en 4 poppen plus 2 koppels van de corsicaanse citroensijs, de Serinus citrinella corsicanus. Zodoende zag ik het kweekseizoen 2004 hoopvol tegemoet.

Eind april begon het eerste koppel corsicaanse citroensijzen aan de nestbouw, waarvan het eerste eitje zonder probleem in terechtkwam. Doch de dag daarop lag het popje dood op het nest met legnood. Het andere koppel corsicanus begon ongeveer half mei. Voor alle zekerheid werden de eieren, 4 in totaal, geraapt en onder een "cultuurbarmsijs" gelegd. Welke het jaar voordien een perfecte moeder was. Maar de eieren lagen er amper in of ze gooiden ze eruit. Met alle gevolgen van dien: weer niets. De pop corsicanus begon 12 dagen later terug. Toen heb ik deze vogel laten doen. Wat resulteerde in 4 eieren en 3 jongen, welke perfect grootgebracht werden. Zij begon nog aan een 3de ronde maar terwijl ze aan het broeden was lag de man op een morgen dood. Zonder uitwendige verwondingen en daags voordien nog kerngezond. Deze ronde leverde 3 jongen op maar direct na het uitkippen werden de jongen uit het nest gegooid. Waarom? Wellicht omdat de man gestorven was. Zodoende had ik van 2 koppels corsicanus 3 jongen. Wat natuurlijk niet veel was, maar beter dan niets. De 3 jongen bleken 2 mans en 1 pop te zijn zodoende ik het kweekseizoen 2006 hopelijk terug kan starten met 2 koppels corsicaanse citroensijzen.

Pop op het nest. Foto Frans HakvoortMijn andere koppels "gewone" citroensijzen, 3 mans en 7 poppen. De poppen werden net als in 2004 verdeeld onder de 3 mans. We zullen de koppels 1-2-3 noemen.

- Koppel 1. Deze man had een hele harem, 3 vrouwtjes. Alle 3 de poppen legden meerdere nesten eieren. Toch steeds was er maar een nestje bevrucht. Altijd van dezelfde pop. Wat mijn mening van 2004 versterkte. Deze vogels zijn mijn inziens monogaam.
Van dit koppel kreeg ik geen enkel jong groot.

- Koppel 2. Eigenlijk hetzelfde liedje. De man paarde met slechts één van de twee poppen. Wat mij de eerste ronde 2 jongen opleverde. De 2de zonde leverde mij 3 jonge vogels op waarvan er 1 merkbaar kleiner was (citroensijzen broeden vanaf het eerste ei). Waarop ik besloot het kleinste onder een putter pop te leggen die onbevruchte eieren had. Het jong werd direct gevoerd en grootgebracht.
Koppel 2 leverde mij dus 5 jonge vogels op. Wat volgens mij goed is.

- Koppel 3. Zoals we al weten van koppel 1 en 2 paarde deze man ook slechts met één pop. Wat resulteerde in 3 eieren en 2 jongen. Welke voorbeeldig grootgebracht werden. Dit koppel begon vrij laat, eind juni. Ze hebben slechts 1 broedsel gedaan waar ik best tevreden over was.

Zodoende had ik van 3 koppels 7 jongen wat misschien niet schitterend is maar waarmee ik best tevreden was. Ook al omdat wij van deze vogels eigenlijk zo goed als niets weten.
Zo was ik enkele maanden geleden op een vergadering van de W.E.V. Alois Van Mingerhoets kwam spreken over Europese vogels en hun mutaties. Toen hij bij de citroensijs aankwam verspilde hij er weinig woorden aan. Het kwam erop neer dat bij het bekijken van deze vogels ze al dood zouden vallen. Ik bekijk mijn vogels meermaals per dag en heb nog geen enkele dood zien vallen. Wat natuurlijk wil zeggen dat ze niet kunnen sterven.

foto: F Hakvoort Kweek 2005: Op het nest.Nog iets over hun voeding en het drinkwater wat eigenlijk vrij eenvoudig is. Ik stel mijn zaad een beetje zelf samen. Als basis gebruik ik sijzenmengeling. Deze van Van Tendeloo, te Nijlen. Ik vul een emmer ¾ met dit zaad, dan volgt distelzaad, teunisbloemzaad, cichorei, slazaad wild of gezondheidsrauw, gedroogd elzenzaad. Alsook en volgens mij vrij belangrijk is het zeer fijne dennenzaad. Deze ga ik halen in de vogelhal te Opgrimbie-Maasmechelen, alsook het lorkenzaad. Kortom alle fijne zaden die men kan vinden zijn volgens mijn bevindingen goed. Er word niets afgewogen. Deze zaden worden er aan toegevoegd totdat de emmer vol is zodat ze de ene keer iets meer van de bepaalde zaden hebben en de volgende keer minder.
Het drinkwater is eenvoudig maar mijn inziens zeer belangrijk. Vele jaren heb ik het drinkflesje gebruikt, de zogezegde banaan. Maar elke zomer en zelfs in de winter na enkele dagen stonk dit water hoewel het iedere dag minstens 1x ververst werd en zoals iedereen wel weet vervuild geeft darmstoornissen en ziekten tot gevolg. Ik heb het voorbeeld van mijn buurman, die duivenmelker is, gevolgd. Deze geven hun duiven drinken uit geglazuurde drinkpotten te drinken.
Bij de bouw van mijn nieuwe volière heb ik voorzien dat ik kleine geglazuurde potjes kan zetten met een diameter van + 5cm. Welke ik nu 4 maanden in gebruik heb en waarvan het water dagelijks ververst word. Deze potjes zijn nog geen enkele maar afgewassen en het water stinkt niet. Bij mijn drinkwater wordt elke dag enkele druppels citroensap gedaan + een koffielepel per 3 liter water.
Er word 2 tot 3 maal jaarlijks gekuurd. 2x met baycox en 1x met ESB3. In het voorjaar (maart) baycox, na de kweek 2x5dagen ESB3. Alsook in oktober baycox.

Tot hier onze verslagen. We hopen dat dit artikel de liefhebber aan zal zetten het kweken met de citroenkanarie en andere minder bekende vogelsoorten, bv de roodvoorhoofdkanarie, te overwegen en de uitdaging aan te gaan. Het plezier dat men ondervindt bij de kweek van deze vogels geeft veel voldoening. Het geeft min of meer weer het zelfde gevoel als toen men, als beginnend vogelkweker, die eerste groenvink of putter kweekte.

Met vriendelijke groet,
Peter Knops, Simpelveld NL

Ik zal u op de hoogte houden van de vorderingen, en kom zo regelmatig terug.

ga naar www.kev.be

 

Bron:
· Genetic distance as a test of species boundaries in the Citril Finch serinus citrinella; a critique and taxonomic reinterpretation, G Sangster 2000
· Phylogeny and rapid Northern and Southern Hemisphere speciation of goldfinches during the miocene and Pliocene Epochs, A Arnaiz-Villena 1998.
· Rapid Radiation of canaries (genus Serinus) A Arnaiz-Villena 1999
· Phylogeography of crossbills, bullfinches, grosbeaks and rosefinches, A Arnaiz-Villena et al 2001
· Brutzeitliche Nahrungswahl des Zitronengirlitzes Serinus citrinella im Nordschwarzwald, M Förschler 2001
· The diet of the citril finch (Serinus citrinella) in the pyrenees and the role of Pinus seeds a key resource, A Borras et al 2003
· Brutbiologie des Zitronengirlitzes Serinus citrinella im Nordschwartzwald, M Förschler 2002
· Witterungsbedingte Ausweichbewegungen de Zitronengirlitzes Serinus citrinella im Nordschwarzwald, M Förschler 2001





http://www.birdguides.com/html/vidlib/species/Serinus_citrinella.htm
http://www.oiseaux.net/oiseaux/passeriformes/venturon.montagnard.html
http://alpesoiseaux.free.fr/php/fiche_de_description.php?tag_session=139
http://www.terra.es/personal/sobradil/lugano/vserr.htm
http://eunis.eea.eu.int/species-factsheet.jsp?idSpecies=1267&idSpeciesLink=1267&expand=true
http://www.blackwell-synergy.com/links/doi/10.1046/j.1439-0361.2003.03017.x/abs/;jsessionid=huZbxs96wh3e
http://www.gisbau.uniroma1.it/ren/specie/aves/ventur.htm
http://www.synapsis.it/canarini/selva041.htm
http://www.ebnitalia.it/gallery/venturone.htm
http://www.aos.anet.it/images/IEI-02/Venturone.JPG
http://www.ebnitalia.it/QB/QB004/corsica.htm
http://www.ittiofauna.org/provinciarezzo/caccia/tabelle_specie/passeriformi/venturone/
http://www.justbirds.org/Italia/Citril%20finch.htm
http://digilander.libero.it/Avifaunacesenate/ventu_co.jpg
http://www.oiseaux.net/photos/edith.tempez/venturon.montagnard.1.html
http://www.digimages.info/vencor/vencor.htm
http://www.lpochampagneardenne.com/album/vent_mont.htm
http://jpmaist.club.fr/venmon.htm
http://users.skynet.be/ch-web/photos/sercit001.htm
http://christian.kerihuel.free.fr/corse/venturon.html
http://www.ordesa.net/fauna/verderon-serrano.htm
http://www.avesdeburgos.com/anuario/ver_se01.jpg
http://bird.incoming.jp/43/jpgl/8269.jpg
http://www.povodok.ru/encyclopedia/brem/list13rus/art3379.html
http://www.dutchbirding.nl/misc/etymol/citroenkwikstaart.html

 

  .